De Britse historicus Antony Beevor is op zijn best als hij over de Tweede Wereldoorlog schrijft. Zijn boeken vallen onder de noemer krijgshistorie. Zo schreef hij boeken over D-Day, de slag om Stalingrad en de val van Berlijn waarin hij de gave toonde een veldslag inzichtelijk te maken, van generaal tot gewone soldaat. Stuk voor stuk spannende boeken én informatief. Beevors nieuwste boek gaat over het Ardennenoffensief en, laat ik het eerlijk toegeven, ik keek er al een tijd naar uit.

In december 1944 besluit Hitler nog één keer een grootschalig offensief te starten aan het Westelijk front. Aan het Oostfront is het rustig. De Russen wachten op harde vorst om hun grootscheepse winteroffensief te kunnen starten. In het westen zijn de geallieerden tot aan de Siegfriedlinie opgetrokken en beraden ze zich over de beste manier om Duitsland in te trekken. De Duitse tegenstand is verzwakt en eigenlijk houdt niemand een grote Duitse tegenaanval voor mogelijk. De Amerikaanse verdediging van het Ardennengebied is daarom zwak en ontoereikend. Als het Duitse leger op 16 december 1944 haar offensief exact dáár plaatst heerst er al gauw paniek bij de verdedigers. De Duitsers slagen er in korte tijd in een hap uit het geallieerde gebied terug te veroveren. Er ontstaat een bulge in de geallieerde linie waardoor de Amerikanen spreken van de Battle of the Bulge.
Die winter is het exreem koud in West-Europa. Dagenlange sneeuwval, mist en temperaturen van 20 graden onder nul maken de omstandigheden voor beide partijen gruwelijk zwaar. De parachutisten van de Amerikaanse 101ste Luchtlandingsdivisie, nog niet bekomen van de tamelijk desastreus verlopen Operatie Market Garden in Nederland, worden in allerijl naar het bedreigde Bastogne gestuurd, zonder winteruitrusting of gepantserde versterking. De meedogenloze strijd om Bastogne kende ik van de HBO-serie Band of Brothers. Nu begrijp ik echter pas wat zich toen afspeelde in het hele gebied. Voor het overzicht – welke legeronderdelen staan tegenover elkaar, wie valt wie aan, waarlangs en met welk resultaat? – heb je een boek als dat van Beevor nodig.

Aan de hand van kaarten en gesprekken tussen de bevelhebbers maakt Beevor de strategie achter de strijd duidelijk, terwijl foto’s en ooggetuigenverslagen de ontberingen van de mannen in de schuttersputjes illustreren. Zoals deze Amerikaanse officier noteerde, na een zwaar artilleriebombardement: 'In de boomstammen boven onze schuttersputjes werden enorme japen geslagen, en overal om ons heen konden we het knakken van boomtoppen en zelfs takken horen terwijl de genadeloze stalen hagel door het bos joeg en sloeg. Steeds weer hoorden we de bange kreet van iemand die was geraakt, en toch konden we alleen maar in elkaar duiken in onze schuttersputjes, met de rug tegen de voorste muren, en hopen dat we geen voltreffer zouden krijgen. Het leek alsof onze zenuwen aan de wortels werden uitgerukt terwijl het gillende staal rond ons neerplofte' (p. 224).
Ook enkele bekende schrijvers vochten mee tijdens het Ardennenoffensief. Kurt Vonnegut werd aan het begin van de gevechten krijgsgevangen genomen en belandde uiteindelijk na veel omzwervingen in Dresden tijdens de vreselijke Amerikaanse bombardementen. Zijn ervaringen verwerkte hij in Slaughterhouse 5. J.D. Salinger liep gedurende deze periode van de oorlog de trauma's op die we in enkele van zijn Nine stories kunnen teruglezen, terwijl oorlogsjournalist Ernest Hemingway de gruwelen van de strijd probeerde te beschrijven voor het thuisfront, maar zich voornamelijk liet vollopen op veilige afstand achter de linies.

Hoewel de afloop van de strijd bekend is, weet Beevor de spanning er continu in te houden. De hoeveelheid details en informatie is indrukwekkend, maar zorgt er ook voor dat je je geheel in het onderwerp kan onderdompelen. Het lezen van Het Ardennenoffensief is daardoor als het lezen van een eersteklas thriller. Ik zal nu weer moeten wachten tot Antony Beevor een volgend boek af heeft.

11 Mei 2015

Ambo|Anthos, 2015
Oorspronkelijke titel Ardennes 1944. Hitler's Last Gamble, 2015
Vertaald uit het Engels door Bep Fontijn, Willem van Paassen en Pieter de Smit
416 pagina's








Comments

My reading has been somewhat scattered lately, but now I’m thrilled to have successfully steered my way towards the end of a book. Its name is Dept. of speculation by American writer Jenny Offill and it’s been keeping me company these past weeks, or I it. On at least three occasions I said to myself Why don’t you just sit down, concentrate for two or three hours and breeze through this flimsy paperback? Because Dept. of speculation is not that kind of book, that’s why. It’s meant to be digested slowly. Read too quickly and you’d skip over some of the depths this book has to offer. Fortunately, slowness has been my portion lately and Jenny and I have become good friends.

A slice of life, Dept. of speculation, but a wholesome one. A young woman – vague artistic ambitions, New York, teaching job – finds herself married and the mother of a girl. Husband is a decent bloke, the girl a source of joy, or so the woman would like to believe. In fact, motherhood is smothering her and the initial joys of marriage are hard to remember. Is there place for artistic ambitions when sleepless nights have numbed you? And what good is there in marriage when most of your conversations are whispered arguments?
You’d think Dept. of speculation is a bleak book from this description, but I found something to laugh about on almost every page. Jenny Offill has such a remarkably matter-of-fact way of turning a phrase that you might be allowed to think the whole book is just a wonderfully structured collection of aphorisms. And it’s true, open the book on a random page and you’ll see a sentence you’ll want to underline or quote to an innocent colleague. On the other hand, Offill does manage to create a strong sense of narrative flow. Because of the book’s structure into short chapters and short paragraphs you can exit this narrative at any point and easily rejoin the flow when you feel like it.

Would we call this book literary? Yes, definitely. Would we call this book difficult, then? No, not difficult. In fact, Dept. of speculation tells quite a universal story which we can easily relate to. That is the strength of this book. Jenny Offill has found a highly original way of telling a story we think we know already.

Thank you Mrs K. for lending me your copy of Dept. of speculation and eventually persuading me to read it. I shall now go out and buy my own, because re-reading might be in order.

16 April 2015

Granta Books, 2015

Nederlandse editie: Verbroken beloftes, De Geus, 2015. Vertaald door Roos van de Wardt.





Comments

Een tijdlang luisterde ik elke dinsdagochtend om kwart voor negen naar Radio 4. Om die tijd las A.L. Snijders via de telefoon zijn 'ZKV' - Zeer Kort Verhaal - van de week voor, voorafgegaan door een gesprekje met presentatrice Margriet Vroomans. ‘Goedemorgen, meneer Snijders.’ ‘Goedemorgen, Margriet.’ Op de vraag ‘Hoe gaat het met u?’ volgde vaak een langere uitwijding van de schrijver over het weer van die ochtend, de dieren op zijn erf of een opmerkelijk nieuwsfeit wat hiervoor op de radio langs was gekomen. Minuten zijn schaars op de radio en dus moest de presentatrice deze gezellige gesprekjes vaak beleefd afbreken om tot het ZKV over te kunnen gaan. Waarop met sonore, brommerige stem een verhaal werd voorgelezen vanuit een boerderij in de Achterhoek.
Zo’n verhaal, hoewel maar een minuut of vijf lang, gaf mij iets om op te kauwen gedurende de rest van de lange dinsdag. Eén van mijn collega’s was net zo’n trouwe luisteraar als ik, zodat wij onze dinsdagroutine gezamenlijk nog even voort konden zetten bij het koffiezetapparaat. Op een enkele flard na kan ik me van al die ZKV’s niks meer herinneren, behalve de sfeer van rust en regelmaat, de zware stem van Snijders en de lichtere stem van Vroomans en hun wekelijkse chemie samen. Helaas besloot Radio 4 om de programmering overhoop te gooien en de schrijver voortaan op zondagochtend zijn ZKV te laten uitspreken. Dit natuurlijk op een tijdstip dat ongelovigen zoals ik nog niks buiten hun bed te zoeken hebben, dus dit betekende het einde van mijn dinsdagroutine.

Als ik Snijders niet meer kan horen, dacht ik, dan moet ik hem maar lezen en zo kocht ik de eerste bundel waar mijn oog op viel, Ruim water. Dit betreft een verzameling columns die Snijders in 1987 en 1988 schreef voor Het Parool, aangevuld met de brieven die hij tezelfdertijd stuurde naar zijn redacteur bij de krant en enkele andere correspondenten. Ik had niet gedacht dat columns van bijna dertig jaar geleden nog zo goed zouden zijn, maar datering blijkt bij A.L. Snijders eigenlijk niet uit te maken. Ook toen al woonde hij op zijn boerderij in de Achterhoek en het erf en de directe omgeving van het huis komen regelmatig terug in de verhalen. In die tijd werkte Snijders als docent Nederlands op een politieschool, een omgeving waar een taalgevoelig iemand als hij ook de nodige inspiratie uit kan halen. Jeugdherinneringen aan het Amsterdam van de jaren ’40 en ’50 keren regelmatig terug; Amsterdam-Zuid, de Beethovenstraat, ik ben er zelf ook naar school geweest. ‘Ex-schoonzoon’ Flip S., in wie we schrijver Jaap Scholten kunnen herkennen, zorgt voor enkele meer exotische verhalen. Daartussendoor is er altijd de Nederlandse literatuur waar Snijders duidelijk van houdt: Campert, Nescio, Elsschot, poëzie van Martinus Nijhoff, Gerrit Achterberg, Paul van Ostaijen, Rutger Kopland. Internationaal zijn er verwijzingen naar Isaak Babel en Toergenjev, maar verreweg het meest naar J.D. Salinger, een schrijver die Snijders zeer lijkt te bewonderen.
Er staan rijke verhalen in Ruim water, waarin ogenschijnlijk weinig lijkt te gebeuren, maar waar de rijkdom zit in de associaties en de taal. Geen ZKV van A.L. Snijders of ik onderstreep niet minstens twee zinnen die ik weer door zou willen geven.

‘Ik heb bewondering voor mensen die meerdere talen spreken, zelf spreek ik alleen Nederlands, zij het heel behoorlijk.’ (p. 250)

‘Ik heb op ‘Twijg’ meer reacties ontvangen dan gewoonlijk: men vondt het ‘mooi’, ‘gevoelig’, ‘sentimenteel’, mijn ‘mooiste stukje’. Dat spijt me. Zo wil ik niet te boek staan. Ik wil liever onaanraakbaar en absurdistisch zijn. Dadaïsme als enige – persoonlijke – uitleg.’ (p. 106)

9 Februari 2015

Thomas Rap, 2012
288 pagina's





Comments

Astounding, what David Mitchell can put into one book. His new book, The bone clocks, contains six separate stories that only obliquely connect with each other. What connects them is the character Holly Sykes. She plays a part in all the stories, sometimes as the main character and sometimes in a side role. Holly is the key to getting through the labyrinth that is The bone clocks.
I write labyrinth, because underlying the bigger story is a fantasy subplot that stays well-buried for a long time. To go into detail on this would be spoiling the fun of reading, but the main idea is there’s a long-lasting struggle between good and evil, outside the view of ordinary people. It has to do with souls and time, death and reincarnation; quite interesting stuff really. Reading these scenes I even had an occasional Harry Potter association, something I hadn’t expected in a David Mitchell novel, but as a Potter-fan could appreciate.
These imaginative parts are juxtaposed with moments of highly descriptive realism. An undercover journalist during the 2004 Iraq invasion becomes the exciting point of view for a while. On the heels of this journalist a middle-aged writer suddenly takes centre-stage and we follow his failing struggle to write a book as brilliant as his debut. The confusion after a Baghdad suicide attack, or the powerplay behind the scenes of a literary festival, Mitchell masterfully describes it all.
His style of writing is why I read literature. He has such a grasp of language that he always uses the word you don’t expect. Cliché phrases he throws around to make them fresh again, for example changing the expression 'the shit hits the fan' into 'Shit, meet Fan. Fan, this is Shit' (p. 48). I constantly had a pencil ready to write down another unexpected reference or underline a funny sentence.
Stylistically, reading Mitchell is as always pure enjoyment. Structurally, this book was a bit of a struggle I must admit. I enjoyed the many stories in The bone clocks (Mitchell is great in telling a story within a story), I liked following Holly Sykes throughout the book and I was intrigued by the fantasy parts in between. Yet, as a whole I don’t know what to make of it, it doesn’t really glue together.
It is not Cloud atlas or The thousand autumns of Jacob de Zoet then, but it is the new David Mitchell. And reading a David Mitchell book is always a feast, whether we completely follow him or not.

2 February 2015

Sceptre, 2014
595 pages




Comments

Of all the history books published around the centennial of the First World War The Sleepwalkers may well be the most sold. Many other First World War books take – logically enough - the actual war as their topic: the years 1914-1918, who fought who, how and where, who lost, who won. On the other hand, there is a big interest in the years immediately preceding 1914. Often, those years are seen as innocent and blissful, the calm before the storm. European culture was on a high wave, the arts and sciences flourished, nobody saw the catastrophe that was coming.
Christopher Clark, however, isn’t interested in the war years or the period leading up to the war, as such; his main topic is the five weeks between the assassination of Franz Ferdinand and his wife in Sarajevo and the declaration of war between the two great alliance blocks in Europe.

Clark focuses on the main decision-makers in the various countries involved: France, Russia, England, Serbia, Austria-Hungary and Germany. Who were they and what led them down the path to war? International relations could be trumped by the personal grudges and fears of an important individual who happened to be pulling the strings at the time. The Austrian military commander who was desperate not to seem unmanly in the eyes of the woman he was courting, the powerful English Foreign Secretary with a lifelong case of germanophobia or the French President’s obsession to appear decisive in front of France’s big ally Russia; their character traits played an important role in the decision-making process.

The dark horse in this tale is Serbia. Clark devotes a lot of attention to the Balkan peninsula – the boiling underbelly of Europe – and especially to the country whose illicit terrorist cells led the young Gavrilo Princip to assassinate Austria-Hungary’s emperor-to-be. With the regicide of the Serbian king, the formation of the underground society called the Black Hand and the mysterious figure Apis at the centre of it all, this part was the most exciting in the book.
The middle, with its long exposé of Europe’s political situation on the eve of war, had its ups and downs. However interesting the material may be, some of these chapters took me long to digest. I put the book aside for a few months – something you of course should never do with a tough book such as this – but couldn’t abandon it altogether. People talk so much about this book, even get into heated arguments about it, it deserves to be read. Luckily, once Franz Ferdinand is actually shot the inevitable chain of events that follows – which wasn’t inevitable at the time! – creates such a momentum you can only read on, even though you know exactly what’s coming or, perhaps, because you know.

25 January 2015

Penguin Books, 2013
Originally published in 2012
697 pages





Comments

Nicole Montagne is een ideale gids. Door een stad, een landschap, of langs mensen. Ze observeert, flanerend door de straten, zonder ergens speciaal op te letten. Het gaat haar erom open te staan voor een nieuwe indruk, een plek waar een verhaal aan vastzit, zonder daar al te zeer naar op zoek te zijn. ‘Opzettelijk negeren van wat je geacht wordt te zien’ (p.11).

Om haar eigen associaties op gang te brengen leest en bekijkt Montagne graag het werk van anderen: schrijvers, fotografen, grafici. En daar schrijft ze dan weer over. In Een makelaar in Pruisen vinden we een verzameling van haar stukken, vaak niet meer dan twee of drie bladzijden lang. Afgezien van de intrigerende titel had ik eigenlijk geen aanknopingspunten bij dit boek. Totdat ik Nicole Montagne in gesprek zag met Wim Brands in het tv-programma Boeken (bekijk hier de uitzending). Ze had het over het werk van de hedendaagse fotograaf Julian Germain, die de hele wereld was afgereisd om foto’s van schoolklassen te maken. Lokalen met leerlingen erin, Classroom portraits, maar dan steeds net anders dan je zou verwachten.
Montagne noemde ook de kunstenaar Roman Opalka (1931-2011), wiens levenswerk bestond uit het schilderen van eindeloze reeksen opeenvolgende getallen. Om het verglijden van de tijd te markeren begon Opalka steeds een gradatie wittere cijfers te schilderen op een wit doek, net zo lang totdat hij aan het einde van zijn leven vrijwel wit op wit schilderde. ‘Welverdiend wit’ noemde hij dat.

Fascinerende kunstenaars met fascinerende projecten, Een makelaar in Pruisen staat er vol mee. Vaak begint Montagne bij één kunstenaar om uiteindelijk al associërend bij de kunstenaar uit te komen over wie het stuk oorspronkelijk zou gaan. Soms schrijft Montagne ook over haar eigen leven, veelal in connectie met Tsjechië. Als jonge student grafisch ontwerpen woonde Montagne een tijdlang in het nog communistische Tsjechië. Later keerde ze nog vaak naar dit land terug. Het mistige, mysterieuze Praag is een plek die Montagne haar leven lang blijft fascineren, net als de Tsjechische grafici die ze daar ontmoet. Tsjechische schrijvers als Bohumil Hrabal en Karel Čapek bevolken en kleuren Montagnes gedachtenwereld.
Om elke dag voor even terug te keren naar deze wereld ben ik Een makelaar in Pruisen ’s avonds gaan lezen, in bed. Eén zo’n kort stuk voor het slapen is ideaal, meer hoeft niet. Of het nou verhalen, essays of andere stukjes zijn, dit late lezen wil ik blijven volhouden. Zo kan ik misschien met enige regelmaat enkele van de vele verhalen- en essaybundels lezen die me aanspreken. Op zoek naar meer associaties, opzettelijk negerend wat ik geacht word te zien.


Een schilderij van Roman Opalka uit 1965 (bron: Repeating decimal)



Foto uit Classroom portraits van Julian Germain (bron: Nederlands Fotomuseum Rotterdam)

15 Januari 2015

Uitgeverij Vantilt, 2014
192 pagina's








Comments

Best wishes for 2015 everyone!
In the past year I was happy to read some wonderful, inspiring, surprising, playful, entertaining, fascinating and otherwise exciting books. Let's have a look at them.

In 2014 I continued my discoveries of the year before by reading new books by Patrick Leigh Fermor and Valeria Luiselli. I followed Leigh Fermor's journey on foot through Europe with the second book of his travels and continued my fascination with Luiselli through her novel De gewichtlozen.
Frank Westerman has become a steady name on my reading lists these last years. Stikvallei is already the 4th book I've read by him and he hasn't disappointed me so far.
Further, I finally found the mojo to pick up Truman Capote's In cold blood. It took my quite a few years to do so, but I'm glad I did. A great classic and it set me on track to discover another classic, To kill a mockingbird. That one I enjoyed even more.
New discoveries in 2014 were Anna Seghers, Kate Atkinson, Sten Nadolny and Olivia Manning. Anna Seghers made such an impression with Het zevende kruis that I'm now reading her second masterpiece, Transit. More on that one soon.
Kate Atkinson really was a delight. Such a catchy good read and deep at the same time, perfect!
Sten Nadolny's De ontdekking van het langzame leven was a gift we all received from our boss. A delightful historical novel - written in the 1980's and recently translated into Dutch - about a man who is slower than most, but manages to get quite far in life. He becomes a successful captain in the navy and even leads expeditions to discover a way through the northern ice sea. Inspiring stuff.
My last big reading project of the year was The Balkan Trilogy by Olivia Manning. More than a thousand pages of highly detailed descriptions of Manning's stay in Romania and Greece during the Second World War. I admit to cursing this book on a number of times, but ultimately I loved to read it all. Perhaps I'll try the follow up The Levant Trilogy this year.

These are all ten of my favourites in 2014 - the order I've read them in:

Anna Seghers Het zevende kruis
Patrick Leigh Fermor
Between the woods and the water
Truman Capote In cold blood
Valeria Luiselli De gewichtlozen
Frank Westerman
Stikvallei
Kate Atkinson
Life after life
Sten Nadolny
De ontdekking van het langzame leven
Harper Lee
To kill a mockingbird
Olivia Manning
The Balkan Trilogy

In 2014 I published 33 reviews on Jacob de Zoet. Seven books read this year have remained unreviewed so far. I hope to catch up on some of them soon. At the very least Jaap Scholten's latest book Horizon City deserves a review. I quite liked it.

What else?
I started to read in German! I'm quite proud of this I have to say. I could already keep up a steady conversation in German, but I'd never read more than a few pages in a book. It feels very nice to discover a language in this way, just like I used to try my hand at English books for the first time many years ago.
I've read two German books in 2014 and I'm currently half way through a third one (Tschick). Another, with the delightful title Die Entdeckung der Currywurst, I picked up in Berlin last summer
. I hope to read that one sometime soon.

I had three interviews with authors in 2014, a new feature on Jacob de Zoet. My aim was to do a small Paris Review type of interview, to see who influences them, what books they enjoy reading and how they write. I plan to do more author interviews, so if you have any names to suggest or connections to make please let me know! Ideally they´re young, relatively unknown and nice to talk to...

I wish all of you a great reading year in 2015, with lots of books and hopefully some good ones too! As always do let me know if you have anything special to recommend me. Something old I've never heard of, a young author you're enthusiastic about or your all time favourite book which you couldn't find on this website. I look forward to reading them!

6 January 2015




















Comments
 

reading now


Categories