In de zomer van 1972 keek de hele wereld naar IJsland. In Reykjavik zouden de Rus Boris Spassky en de Amerikaan Bobby Fischer gaan strijden om het wereldkampioenschap schaken. Al meer dan 25 jaar was een schaker uit de Sovjet-Unie wereldkampioen, maar nu kon daar verandering in komen, door een Amerikaan nota bene. Van tevoren stond al vast dat dit een historisch toernooi zou worden; een moment in de geschiedenis waar iedereen bij wilde zijn.
Tegen deze achtergrond plaatst Arnaldur Indridason zijn nieuwste detective. Want op dit hoogtepunt van de Koude Oorlog, terwijl er zo veel buitenlandse journalisten, ambassadeurs en spionnen op één plek bij elkaar zijn, gebeuren er ook zaken die het daglicht niet kunnen verdragen. Een moord op een onschuldige jongen in een bioscoop. Zitten de Russen erachter, of de Amerikanen? Marion Briem moet het uizoeken. Er volgt een zoektocht die, hoewel vakkundig beschreven, helaas nooit echt spannend wordt. Indridason schrijft goed genoeg om het boek uit te willen lezen, maar lijkt niet zo zijn best te doen. Ik heb vaak gehoord dat hij één van de beste detectiveschrijvers van dit moment is, maar die belofte moet je er zelf bij bedenken. Geen enkel personage spreekt tot de verbeelding en, hoewel de context van het schaaktoernooi en bijvoorbeeld de dreigende kabeljauwoorlog tussen IJsland en Engeland veel te bieden heeft, doet Indridason daar weinig mee.
Ik vrees dat ik een mindere van hem getroffen heb. IJsland zelf echter trok me al langer en dat doet het nog steeds. Halldor Laxness en Jon Kalman Stefansson lijken me goede IJslandse schrijvers om mee verder te gaan.

4 Juli 2013

Uitgeverij Q, 2013
Oorspronkelijke titel Einvigið, 2011
Vertaald uit het IJslands door Adriaan Faber




Comments
 

reading now


Categories