Volgens mij kwam Stalin uit Georgië. Net als de voormalige spits van Ajax, Shota Arveladze. Het moet een onherbergzaam land zijn, met sympathieke mensen, stel ik mij zo voor. Het grootste deel van de 20e eeuw hoorde Georgië bij de Sovjet-Unie. In die tijd speelt dit boek. Het is 1983. Het communisme in Oost-Europa en Rusland is aan zijn laatste decennium bezig, maar op dat moment lijkt het voor de mensen nog eeuwig te duren. Een groep Georgische jongeren is het zat. Zij willen spijkerbroeken dragen, vrijuit de liefde bedrijven en goeie sigaretten roken. Hiervoor moeten ze naar het vrije Westen. Om dit doel te bereiken besluiten ze een vliegtuig te kapen, de piloten te dwingen in een niet-communistisch land te landen en van daaruit de vrijheid op te zoeken. Helaas faalt dit plan jammerlijk.
De Georgische schrijver Dato Turashvili, zelf deelnemer aan de studentenprotesten van 1989, besloot het verhaal van deze noodlottige vliegtuigkaping op te tekenen. Ik ben blij dat hij dat gedaan heeft en, bovendien, dat een Nederlandse uitgever het heeft laten vertalen. Zo kunnen wij vrije Nederlanders het verhaal lezen van deze wanhopige jongeren, idealistisch maar naïef, die iets voor ogen hadden dat ook in 1983 al voor het grijpen leek. Een korte, aangrijpende episode uit de nadagen van de USSR.

25 Juni 2013

Cossee, 2013
Oorspronkelijke titel Djinsebis taoba, 2008
Vertaald uit het Georgisch door Ingrid Degraeve




Comments
 

reading now


Categories