In 1959 Truman Capote read a small article in the back of The New York Times about a gruesome murder in the state of Kansas. A wealthy farmer, his wife and two children had been found dead in their home, the victims of a carefully planned crime. Capote realized he had found a real topic to write about. Over the next years he would immerse himself in this remote area, speak to locals, the investigators involved in the case, but also to the two killers. All this research would eventually become In cold blood, a non-fiction novel that soon gained classic status. Here was a book you could read and enjoy as a novel, but that dealt with facts; the true crime genre was born (see for a recent example The suspicions of Mr Whicher by Kate Summerscale).

We slowly get to know the murdered family, the scene of the crime as it was first found, the many theories and uncertainties that rise within the community, the difficulty of the investigators to come upon any leads, the whereabouts and eventual discovery of the killers, their trial, followed by a long imprisonment impending their death sentence and, ultimately, their death at the gallows. It is fascinating how Capote lures you in. Everybody knows the facts, everybody knows the outcome and yet you want to know exactly how it went. Who are these two young men? What led them to this sudden burst of violence? How did they ride free for so many weeks and how were they caught?

The two killers, Dick Hickock and Perry Smith, are the real main characters of this book. Capote must have been immensely intrigued by them and devoted a lot of time to sketching their characters. With success, because awkwardly enough you get to feel you know them. Their deaths are a sad ending to the story. That is the surprising strength of In cold blood and entirely the achievement of Capote. He brought a true story to life, not by placing himself in the centre, but by letting the characters speak for themselves.
Now I can finally see that long-anticipated movie Capote, with Philip Seymour Hoffman as the struggling author.

11 April 2014

Penguin Classics, 2000
Originally published 1966
336 pages




Comments

Murder on the Orient Express is the one Agatha Christie novel I always wanted to read. We came upon it in a Bulgarian bookshop and I immediately thought ‘this one is for me’. The book itself – featuring our favourite Belgian detective Hercule Poirot – is set completely on the renowned Orient Express, which happened to run from Istanbul to Calais, by way of Bulgaria and Yugoslavia and then further through Italy on to France. I was happy to find that the city where we’d just spent some time, Istanbul, was also the starting point of Murder on the Orient Express. While reading the book back in Holland, this released some happy memories.

The murder mystery is as follows: a man has been murdered on the train, during or immediately before the train is caught by a heavy snow storm and stuck somewhere in Yugoslavia for a while. Because of the obvious visibility of footsteps in the snow the murderer would have been unable to escape the train and must therefore be still on it. None of the passengers seems to be who they claim to be, but at the time of the murder they all have an alibi. Fortunately, Poirot is with them and he uses the time it takes for the train to be liberated from the snow to reach his own conclusions.

Agatha Christie doesn’t let the grass grow under your feet and I love her for that. You can always count on her to deliver a mystery full of twists and turns, all in the space of a pocket book of 300 pages or so. My last experience with a detective was unsatisfactory, especially because of that book’s interminable length. It may be impatience from my side, but that seems to be something Christie knew many of her readers to suffer from. So, scratch another Poirot from the list and, properly refreshed, we may move on to other literary grounds, until the time my craving for Agatha Christie comes again.

8 November 2013

Harper, 2007
Originally published 1934


Comments

Last year around this time a book was published called A casual vacancy. Its author, a rather renowned writer of children’s books who longed for acceptation from older readers. The book, regrettably, didn’t meet anybody’s expectations, the writer’s, the publisher’s nor the readers’. This won’t do, the writer thought, I’ll be the laughing stock of the country if I carry on like this. Best try something different. What about a good old detective? Lots of uncritical readers, not so difficult to write, that might just do the trick. Best do it under a different name, though, to be on the safe side.

The result: The cuckoo’s calling by Robert Galbraith.
The verdict: an unforgivable bore, my copy of which I left unfinished somewhere in Istanbul. I sincerely hope another may enjoy this weak effort at a detective, because I didn’t. Stubbornly struggling on I managed to read three quarters of it. I kept hoping for some tension, but it never came. Of course I should have abandoned this book a lot earlier and simply start one of the other books I had with me. For some reason, however, I refused to give up hope. There must be something in there, I thought.
If pressed, I would still grudgingly admit she can write: she can create convincing characters, write catchy English and be humourous quite a few times. I occasionally chuckled. So, let me repeat, she can write, but not a detective. What good is a detective without a good plot? A joke without a punch line. The plot in The cuckoo’s calling is nonexistent, boring and leads nowhere. If by three quarters of the book your loyal reader abandons his efforts you’ve done something seriously wrong.

Poor writer and poor loyal readers, of which I’m sure she still has many. Our one support will always be that magical series of children’s books we know her from. They will last.  

16 October 2013

Little, Brown, 2013




Comments

In de zomer van 1972 keek de hele wereld naar IJsland. In Reykjavik zouden de Rus Boris Spassky en de Amerikaan Bobby Fischer gaan strijden om het wereldkampioenschap schaken. Al meer dan 25 jaar was een schaker uit de Sovjet-Unie wereldkampioen, maar nu kon daar verandering in komen, door een Amerikaan nota bene. Van tevoren stond al vast dat dit een historisch toernooi zou worden; een moment in de geschiedenis waar iedereen bij wilde zijn.
Tegen deze achtergrond plaatst Arnaldur Indridason zijn nieuwste detective. Want op dit hoogtepunt van de Koude Oorlog, terwijl er zo veel buitenlandse journalisten, ambassadeurs en spionnen op één plek bij elkaar zijn, gebeuren er ook zaken die het daglicht niet kunnen verdragen. Een moord op een onschuldige jongen in een bioscoop. Zitten de Russen erachter, of de Amerikanen? Marion Briem moet het uizoeken. Er volgt een zoektocht die, hoewel vakkundig beschreven, helaas nooit echt spannend wordt. Indridason schrijft goed genoeg om het boek uit te willen lezen, maar lijkt niet zo zijn best te doen. Ik heb vaak gehoord dat hij één van de beste detectiveschrijvers van dit moment is, maar die belofte moet je er zelf bij bedenken. Geen enkel personage spreekt tot de verbeelding en, hoewel de context van het schaaktoernooi en bijvoorbeeld de dreigende kabeljauwoorlog tussen IJsland en Engeland veel te bieden heeft, doet Indridason daar weinig mee.
Ik vrees dat ik een mindere van hem getroffen heb. IJsland zelf echter trok me al langer en dat doet het nog steeds. Halldor Laxness en Jon Kalman Stefansson lijken me goede IJslandse schrijvers om mee verder te gaan.

4 Juli 2013

Uitgeverij Q, 2013
Oorspronkelijke titel Einvigið, 2011
Vertaald uit het IJslands door Adriaan Faber




Comments

Een nieuw jaar, een nieuwe Jan Costin Wagner. Of eigenlijk een oude, want IJsmaan is de eerste in de reeks met inspecteur Kimmo Joentaa. Waar in de volgende delen af en toe naar wordt verwezen, gebeurt hier: Joentaa’s vrouw overlijdt aan een ziekte. IJsmaan opent hiermee, dus vanaf de eerste kennismaking met de vriendelijke inspecteur is daar het verdriet. Buitenstaanders merken vaak eerst Joentaa’s treurigheid op om vervolgens meteen zijn vriendelijkheid te benadrukken. In tegenstelling tot bijvoorbeeld Sherlock Holmes of Hercule Poirot is hij geen rationalist, maar een dromer. Zijn ingevingen zijn vaak gebaseerd op een gevoel dat er iets vreemds is aan een persoon of een plek, waarna op een later moment de dingen plotsklaps op hun plaats vallen. Je zou het intuïtie kunnen noemen.
Wagner beschrijft graag kwetsbare personen, nietig tegenover het harde Finse landschap. Zijn moordenaars zijn niet wreed, maar bang. Wagner kruipt ook in hun hoofd en maakt ons deel van hun angst; voor de natuur, voor de mens of voor de toekomst. Inspecteur Joentaa begrijpt hen. Zo komen goed en kwaad – hoewel we dat juist niet in zulke termen moeten zien – aan het eind bij elkaar, als twee polen van een magneet. Deze beweging naar elkaar toe creeërt de spanning, afgewisseld met de nodige moorden.
Ik hoop dat Jan Costin Wagner nog een tijdje met deze reeks doorgaat, want net als zijn personages kan ik slecht tegen verandering. De wereld van Kimmo Joentaa ken ik en het is prettig daar elk jaar weer in te duiken.

22 April 2013

Cossee, 2005
Oorspronkelijke titel Eismond, 2004
Vertaald uit het Duits door Froukje Slofstra




Comments (2)

Ik vind het interessant als een literair auteur zich aan het schrijven van een thriller waagt. Bij een roman komt van alles om de hoek kijken, maar is originaliteit in elk geval erg belangrijk. Goede thrillers lijken juist op elkaar. Volgens mij zou je de thrillers in de literaire wereld kunnen vergelijken met de blues in de muziekwereld. Er is een beperkt aantal toonsoorten waarbinnen je eindeloos kunt variëren. Ook thrillers moeten een aantal vaste ingrediënten hebben: plot, mysterie, spanning. Hiermee kan een auteur variëren, maar zonder deze ingrediënten wordt het onherroepelijk een slechte thriller. Veel mensen kijken neer op thrillers, maar ik denk dat deze beperkingen het juist tot een heel lastig genre maken.
Arjen Lubach durfde het experiment aan en schreef met IV zijn eerste thriller. Ik ben iemand die zelden thrillers leest, maar misschien maakt mij dat juist wel tot een geschikte lezer van dit boek. Ik durf niet in te staan voor de ware thriller-lezer; het zou kunnen dat hij of zij kritischer is, weet dat het beter kan. Overigens zou het voor het genre ook slecht zijn als Lubach ineens de beste thriller in tijden had geschreven. Ik vond IV vermakelijk en spannend. Misschien niet ijzingwekkend spannend, maar genoeg om steeds door te willen lezen. Ik denk dat Arjen Lubach een goede thriller heeft geschreven.

25 Februari 2013

Podium, 2013


Comments

Although I’ve read a few of her books I’ve never written anything about Agatha Christie before. I took The murder of Roger Ackroyd from the library as a bagatelle, as Hercule Poirot calls it. Something light and entertaining, to take your mind of things. An entertaining mystery it was, to be sure, but unfortunately more form than substance. In proper mystery tradition the thrill in Roger Ackroyd is all the way at the end, when everything gets turned upside down and the unwitting reader finally understands. In the preceding pages the stage is carefully set. Roger Ackroyd dutifully gets murdered, suspects come and go and Poirot can use his little grey cells to his liking. I’m afraid to my jaded 21st century mind there is not enough drive to this story though. Admittedly, Christie had me fooled at the end, but got there by progressing nicely from A to B to C. I should have liked her to cut some corners here or there. Then again, perhaps I shouldn’t complain; after all, in its time the book was a trendsetter in crime fiction. And I did get my entertainment.

23 January 2013

Flamingo Modern Classics, 2001
Originally published 1926


Comments

Het is weer juni, de Maand van het Spannende boek. De tijd van het jaar om uit die berg thrillers dat ene boek op te diepen dat ook u kan doen huiveren. Want al leest u geen thrillers, iedere lezer moet toch elk jaar ten minste één spannend boek proberen (al was het maar om uw voorliefde voor romans nog eens te bevestigen).
Gelukkig zijn er de laatste tijd enkele nieuwe thrillers verschenen die u zeker eens zou kunnen proberen. De man zonder hond van Håkan Nesser, Jij van Zoran Drvenkar, Donker hart van Gillian Flynn, naast nieuwe boeken van Nicci French, Arnaldur Indridason en Philip Kerr. Ik zelf kies deze maand voor het nieuwe boek van Jan Costin Wagner, Licht in een donker huis. Wagner werkt stilletjes aan een van de beste series politieromans die ik ken. Licht in een donker huis is al weer het vierde boek over de Finse inspecteur Kimmo Joentaa. Ik weet niet of het de keuze van Finland als achtergrond is, maar ik vind Wagners boeken altijd geweldig qua sfeer. Het gaat er minder om wat er gebeurt (hoewel het wel spannend is!), meer om hoe het verteld wordt. Inspecteur Joentaa’s melancholieke mijmeringen worden afgewisseld met korte hoofdstukken waar je je in het hoofd van de dader én slachtoffers bevindt. Kalm ontvouwt het verhaal zich en met haast onmerkbare versnellingen trekt Wagner je het boek in. Opeens blijk je niet meer te kunnen stoppen. Knap is dat. Dus al leest u maar één spannend boek dit jaar, met Jan Costin Wagner zit u goed.

4 Juni 2012


Comments

Je gaat op reis en je neemt mee… Dat dikke boek van vorig jaar dat je altijd nog wilde lezen. Zeg De niet verhoorde gebeden van Jacob de Zoet van David Mitchell of Vrijheid van Jonathan Franzen. Maar past daar dan nog wat bij? Iets luchtigers, iets lichters, iets kleiners vooral. Nou, er zou nog nét zo’n Dwarsligger bij kunnen. Een Dwarsligger? Wat is dat nou weer? Dat is dus iets nieuws. Een boek op zakformaat, dat je van boven naar beneden leest. Met van die superdunne blaadjes, waar je een pincet voor nodig hebt om ze om te slaan? Ja, dat ook ja. Maar daardoor zijn ze wel lekker dun en blijven ze altijd openliggen waar je gebleven bent. Handig jôh! En zijn er dan ook leuke boeken als Dwarsligger? Me dunkt, er moet voor iedereen toch wel wat bij zitten zou ik zeggen. Ja, daar heb ik ook niks aan... Oké oké, neem dan maar Vals beeld van Elvin Post, da’s wel iets voor jou.

14 Februari 2011

Comments

Tussen alle romans en non-fictieboeken die op m’n pad komen lees ik zo af en toe een thriller. Soms is dat de oplossing als je even vast zit in een wat lastige roman. Gooi die mooie stijl even het raam uit en ga zitten met een echt spannend boek. Zo wilde ik op deze plaats graag Winesburg, Ohio van Sherwood Anderson bespreken, een klassieke Amerikaanse roman die onlangs is vertaald bij Van Oorschot. Dit houdt u echter nog van mij tegoed. Daarin tijdelijk gestrand begon ik met frisse moed aan het nieuwste boek van Jan Costin Wagner, Het laatste zwijgen. Deze jonge Duitse schrijver werkt aan een sterk oeuvre van literaire thrillers. Zijn boeken spelen zich af in Finland, met in de hoofdrol de gevoelige inspecteur Kimmo Joentaa. Wat mij aanspreekt aan Wagner is dat hij veel aandacht besteedt aan stijl. Finland heeft een rijke natuur maar weinig inwoners. Bovendien zijn de meeste mensen niet zo spraakzaam. Wagner verwerkt die leegte echter uitstekend in zijn boeken door de psychologische drijfveren van zijn personages ruim baan te geven en de spaarzame communicatie des te zwaarder te laten wegen. Hij leidt de lezer op vloeiende wijze tussen de gedachten van de daders en de speurders. Het laatste zwijgen speelt tegen het decor van de Finse zomer, als de zon een tijdlang niet meer ondergaat. Een meisje verdwijnt op een plek waar ruim dertig jaar geleden een ander meisje werd vermoord. Dit gegeven biedt ruim voldoende stof voor een echte literaire thriller.

13 Juni 2011

Comments
 

reading now


Categories