Olivia Manning, a young and aspiring British writer, falls in love at the end of the 1930’s. She’d met the highly energetic socialist R.D. (Reggie) Smith and marries him within weeks. Just before the outbreak of the Second World War Reggie is recalled to his post as British Council lecturer in Bucharest. The newly-married couple decide to travel together to Romania and settle there for a while. The War comes gradually closer, however, and after barely a year in Romania they are forced to flee to Greece. As the Germans move to invade Greece the Smiths manage to cross the Mediterranean and land in Egypt. The remainder of the War they will spend in Cairo and Jerusalem, where Reggie finds employment with the Palestinian Broadcasting Service.

Manning quickly decided she should turn her war experiences into a book. Despite making extensive notes and drafts during the whole period and having an excellent memory for recording every detail, it took her twenty years to come up with the right form. She abandoned the autobiographical form and decided to turn everything into one big 'historical' novel instead. Of this I’ve now read the first part, called The Balkan Trilogy.
We meet Guy and Harriet Pringle as they journey by train to Bucharest. They’ve recently married in England and after a quick honeymoon continue to Romania where Guy holds a job as an English lecturer. At first Harriet is thrilled at her new life in this strange city. In those days Bucharest had a decadent streak and the young couple, part of the well-respected British community, get invited to quite a few parties, dinners and luncheons where food and drink are lavishly available to all. At the same time beggars and cripples can be seen on every street, not too shy to cling to the skirts of a rich foreign lady to produce a few lei.
Harriet slowly gets to know the man she’s married. Guy, a man of limitless energy, feels best among a crowd of people and is always out making new friends. Most people love him for this. Marriage, to Guy, mostly means that Harriet ought to support her husband in all his activities, be a chum or a comrade to him. Not as naturally sociable, she’s bound to observe somewhat grudgingly from the sideline and is, more often than not, made to feel quite neglected.
In the meantime the War engulfs Europe and Romania is slowly invaded by a sense of doom. More and more people lean towards Germany for protection against the Soviet Union that has long since had its eye on the Romanian territories. The once-ridiculed Iron Guard, pro-German fascists, now march openly through the streets of Bucharest. When King Carol abdicates and the Iron Guard leader Antonescu takes control of the country the German army is expected to invade Romania any day. The remaining British citizens are forced to flee the country. Harriet boards a plane to Greece and a week later Guy joins her in Athens.
For a while a sense of bliss enters the Pringles’ lives again. Harriet quickly falls in love with the Greek people and really wants to make Athens their home. Their happiness is not meant to last long though. The War seems to follow them wherever they go. The Greeks have successfully defeated an invading Italian army, only to find Italy’s powerful ally Germany against them. It is only a matter of time before the German army marches across the Greek border. Once again the Pringles have to flee. They manage to board the last evacuation ship transporting the British colony towards Egypt, where Britain is still strong.

This is where The Balkan Trilogy leaves off, after more than a thousand pages. Almost two years have passed for Harriet and Guy after we’ve first met them. Manning has recorded all of their experiences in intensely detailed prose. While Harriet meets new sights and sounds a great cast of characters fills her life. Manning has a good eye for both. I can hear the gypsy flower sellers on the Bucharest street corners, smell the food stalls in Cişmigiu park and feel the arctic breeze blow through the wide şoseaua’s in winter. It’s great to read so much about pre-Communist Bucharest actually. It makes me want to pick up Mihail Sebastian's journals again, who walked those same streets and even ate in the same restaurants if I'm not mistaken.
The Balkan Trilogy really is one of those books you can live in for a while. Because of its length and amount of detail my pace of reading fell down a few times, so in the end it took me almost two months to finish, but after spending so much time with one book I already miss it. Fortunately there’s a 1000-page sequel to The Balkan Trilogy, called The Levant Trilogy. It’s comforting to know I can read more about Guy and Harriet whenever I want, although I think I’ll leave them alone in Egypt for a little while.

16 December 2014

Arrow Books, 2004
Originally published separately in 1960, 1962 and 1965 (as one volume in 1981)
1033 pages





Comments

Een boerenkar, getrokken door twee paarden, rijdt door het bos. Aan de leidsels een Tsjechische vrouw, een weduwe, haar man is de dag ervoor omgebracht door de Duitsers. Zij hebben de oorlog allang verloren en proberen de oprukkende Russen voor te blijven. Twee andere Duitsers hebben de vrouw die ochtend gesommeerd hen met haar wagen naar huis te rijden, door de bossen richting Wenen. De vrouw zint op wraak en neemt in het geheim een bijl mee. Ze laat de wagen eindeloos rondjes rijden door het bos, zonder dat de twee Duitse soldaten het merken. Eén van de Duitsers ligt zwaargewond op de kar, de ander is nog een melkmuil en heeft niks in de gaten.

Een drietal personages, een wagen, het bos, een bijl, benieuwd of de schrijver met deze beperkte middelen de spanning in het verhaal weet te houden. Procházka verbindt de wraakgevoelens van de vrouw met haar diepgewortelde geloof; zal God het haar toestaan om de bijl op te pakken tegen deze twee Duitsers die haar in feite niks gedaan hebben? Ondertussen vordert de dag, de zon stijgt en begint weer te dalen, de natuur in het bos bloeit en ruist. In de verte wordt geschoten, maar hier zijn ze alleen.

Het alsmaar rondrijden door het bos, de brandende zon, de besluiteloze vrouw met haar bijl; Procházka creeërt een surrealistische sfeer waardoor de dag in het bos een leven lang lijkt te duren. Er komt een onvermijdelijke ontknoping, zo hoort dat natuurlijk, maar voor mijn gevoel rijden de vrouw en de twee Duitsers nog altijd door dat bos in Oost-Tsjechië. Dat beeld hou ik vast.

2 Maart 2014

Wereldbibliotheek, 2011
Oorspronkelijke titel Kočár do Vídnĕ, 1967
Vertaald uit het Tsjechisch door Herbert van Lynden



Comments

Uit de nieuwe serie novelles van uitgeverij Wereldbibliotheek las ik ook Mamo, van de Hongaarse Angi Máté. Waar Martin Michael Driessens Een ware held één lange scène uitbeeldt bestaat Mamo juist uit een hele serie korte scènes. Een klein meisje groeit op bij haar oma, ergens in een dorpje in Transsylvanië. Oma heet Mamo en Mamo zorgt voor het meisje omdat haar ouders er niet meer zijn. Mamo is erg streng en vaak boos op het meisje, dat het liefst wegvlucht in haar fantasie. Daar drukt de armoede minder zwaar en vind het meisje een uitweg in haar eigen wereld. Hoewel ze veel dingen om haar heen niet begrijpt is er altijd haar verbeelding waarin alles wel logisch is en bekend.

Het zware en het slechte tot poëzie omsmeden is wat Máté doet en hierin deed ze me sterk denken aan Herta Müller. De verbeelding als wapen tegen de harde werkelijkheid. Je eigen verbeelding is tenslotte wel vrij, waar de dingen daarbuiten dat soms niet zijn. Net als bij Müller is die verbeelding soms lastig te doorgronden. Je moet je als lezer laten meevoeren in de droomwereld van het meisje. Niet alles is altijd duidelijk, voor haar niet en voor ons ook niet.

Toch zie je het dorpje voor je. Er zijn de kleine huisjes, met een tuintje, wat dieren en een schuur. De kevers die je kunt vinden in het gras naast het pad. Een bunzing die ´s nachts de eendenkuikens in de schuur opeet. Papa Laji die elke dag de kinderen naar de kleuterschool brengt. Mannen die soms te veel palinka drinken en dan zingend thuiskomen. Mamo die sokken en truien breit voor het hele dorp. De sinaasappels die je alleen krijgt tijdens het Winterboomfeest. Men is arm, maar zorgt voor elkaar. En dus zorgt Mamo voor het meisje. Maar wat gebeurt er als Mamo ziek wordt?

18 December 2013

Wereldbibliotheek, 2013
Oorspronkelijke titel Mamó, 2009
Vertaald uit het Hongaars door Anikó Daróczi





Comments

Ik had dit boek al een á twee weken geleden definitief weggelegd. Toch wil ik er iets over schrijven. Toen deze biografie een paar jaar geleden uitkwam in Polen onstond er onmiddelijk grote controverse. Domosławski zou één van de grootste Poolse schrijvers, nog maar net dood en begraven, zomaar afgeserveerd hebben. Kapuściński had zowat alles in zijn boeken verzonnen! Interessant natuurlijk, dus het wachten was op de vertaling. Helaas kwam ik daar niet doorheen. Domosławski heeft volgens mij zeer goed beseft dat zijn onderwerp nogal gevoelig ligt en heeft daarom alles uitvoerig onderzocht. Zijn streven zo objectief mogelijk te werk te gaan komt de leesbaarheid van het boek echter niet ten goede. Het is simpelweg te uitgebreid. Beginnend bij diens jeugd houdt Domosławski alles wat er over Kapuściński’s leven bekend is – en dat is veelal wat de schrijver er zelf over heeft opgeschreven – tegen het licht. Hij laat familie, vrienden en getuigen aan het woord die vaak een andere kijk op de zaak hebben. Zo wordt alles telkens van meerdere kanten belicht. Dit soort muggenzifterij is niks voor mij. Ik zou ook niet weten van welk persoon ik zo’n soort biografie wel zou willen lezen. Wellicht is interesse in biografieën enigszins leeftijdgebonden en komt dit voor mij nog. Voorlopig keer ik terug naar Kapuściński’s werk zelf.

4 April 2013

De Geus, 2013
Oorspronkelijke titel Kapuściński: non-fiction, 2010
Vertaald uit het Pools door Greet Pauwelijn



Comments

(oorspronkelijk gelezen 26-10-2011) (citește în română)

Naar aanleiding van Kameraad baron hebben we in september 2012 een reis door Transsylvanië gemaakt, met de auto. We bezochten enkele plaatsen die Jaap Scholten ook aandoet in zijn boek. Maar hoe kom je na het lezen van een boek tot een daadwerkelijke reis?
In het begin moest ik nogal wennen aan het onderwerp. “Een reis door de verdwijnende wereld van de Transsylvaanse aristocratie”, zoals de ondertitel luidt, deed mijn hart niet onmiddelijk sneller kloppen. Ik kreeg pas zin om het boek te lezen toen Jaap Scholten, samen met Ernest van der Kwast, een avond verzorgde onder de naam Baron Tandoori (Tandoori naar het boek van Van der Kwast, Mama Tandoori). L., die er ook bij was die avond, raakte enthousiast, kocht Kameraad baron en wist onmiddelijk een mooie opdracht door Jaap Scholten te versieren. Zij las het en spoorde mij aan hetzelfde te doen.
Kameraad baron behandelt drie periodes uit de geschiedenis van de Transsylvaanse aristocratie: voor, tijdens en na het communisme. De scheidslijn valt op 3 maart 1949, als in één nacht alle grootgrondbezitters door de communisten worden opgepakt, hun land wordt onteigend en ze een verplichte huisvesting krijgen. Scholten spreekt vele leden van de voormalige Transsylvaanse adel; mensen die 1949 zelf nog hebben meegemaakt en hun nakomelingen. Via de oudste overlevenden hoort hij hoe hun leven was voor de oorlog en de komst van de communisten. Transsylvanië viel na de Eerste Wereldoorlog toe aan Roemenië, maar de aristocratie was nog grotendeels van Hongaarse origine. Zij leefden in weelde, in paleizen en landhuizen, en stonden in hoog aanzien bij de lokale bevolking. Door de Tweede Wereldoorlog was hier al weinig meer van over; velen probeerden te vluchten voor de oprukkende Russen. Maar na die nacht in 1949 was alles voorgoed voorbij. Ieder die van adel was en dus tot de staatsvijandige grootgrondbezitters werd gerekend door de communisten kreeg een Domiciliu Obligatoriu toegewezen, een verplichte verblijfplaats waar zij niet vandaan mochten en zich elke ochtend moesten melden. Sommigen werden elders tewerkgesteld, zoals bij het beruchte Donau-Zwarte Zeekanaal, maar de meesten verbleven onder erbarmelijke omstandigheden in enkele steden in Transsylvanië. Vaak in een vochtige kelder met het hele gezin, terwijl ze voor bijna geen enkel werk meer in aanmerking konden komen.
Scholten spreekt een aantal overlevenden van deze periode – eigenlijk alleen nog maar vrouwen, de mannen zijn veelal in werkkampen omgekomen – in de steden Cluj en Târgu Mureş. Ook bezoekt hij enkele voormalige familiebezittingen, landgoederen en huizen. Sommigen proberen hun familiegrond weer terug te claimen van de Roemeense staat, of in elk geval het familiehuis, voor zover dat nog overeind staat. Het zal niemand verbazen dat dit zeer lastig is. Vele zaken lopen al jaren, maar meestal zonder succes.
Dit alles maakt Kameraad baron tot een weemoedig boek, waarin nostalgie naar een verloren tijd wordt afgewisseld met cynisme over de huidige situatie. Ik vond het echter ook een inspirerend boek. Om een en ander met eigen ogen te zien verbleven we enkele dagen in Cluj en Târgu Mureş (Koloszvár en Marosvásárhely in het Hongaars), de twee steden in Transsylvanië die Jaap Scholten ook veelvuldig aandoet, omdat daar enkele van de oudste nog levende leden van aristocratische families wonen. Wandelend over oude pleinen en straten proef je nog een beetje de veelzijdige, multiculturele sfeer die er honderden jaren gehangen moet hebben. Nog altijd woont hier een grote groep Hongaren en spreken veel mensen zowel Roemeens als Hongaars (hoewel het spreken van de andere taal soms gepaard gaat met enige weerzin). Tevens bezochten we het Bánffy kasteel, dat een aantal keer in het boek ter sprake komt. Ooit een beroemd paleis, inmiddels een tamelijk deprimerende ruïne. Het wordt weliswaar gerestaureerd, maar niemand weet tot wanneer hier nog geld voor beschikbaar is. Zeker op zo’n plek is de weemoed uit het boek goed te begrijpen.

het Bánffy kasteel

Logischerwijs, gezien zijn onderwerp, neemt Scholten eerder een pro-Hongaars dan een pro-Roemeens standpunt in. Uit angst voor eventuele represailles door voormalige Securitate-leden heeft één van Scholtens oudste bronnen hem daarom verboden het boek bij haar leven in het Roemeens te laten vertalen. Zo is het een geschiedenis die nog altijd voortleeft. Ook ik wil me er nog wat meer in verdiepen en heb inmiddels de vorig jaar vertaalde klassieker Geteld, geteld van Miklós Bánffy klaarliggen, met een voorwoord van Jaap Scholten.

de centrale boulevard in Târgu Mureş

3 Februari 2013

Uitgeverij Contact, 2011
Oorspronkelijk verschenen 2010








Comments (1)

Ik kan me de oorlog in Joegoslavië begin jaren ’90 wel herinneren. De toedracht was me toen niet duidelijk, maar bepaalde veelgebruikte woorden op televisie zijn goed blijven hangen: Sarajevo, Karadzic, Mladic, etnische zuivering, Srebrenica. Van Goražde had ik nog nooit gehoord.
Uit Joe Sacco’s graphic novel Moslimenclave Goražde blijkt dat dit precies het probleem was waar Goražde mee kampte. De internationale media-aandacht ging voornamelijk uit naar de belegerde hoofdstad Sarajevo, terwijl er amper oog was voor ‘veilige’ enclaves als Srebrenica en Goražde. Hoewel Goražde het gruwelijke lot van Srebrenica bespaard is gebleven, heeft het stadje wel een aantal vreselijke oorlogsjaren gekend. Joe Sacco heeft het staartje van deze periode in Goražde meegemaakt en daar vele mensen gesproken die verschrikkingen achter de rug hadden. Hun verslagen, vermengd met zijn eigen ervaringen, heeft Sacco verwerkt in deze indrukwekkende graphic novel. Zo nu en dan bekroop me hetzelfde gevoel dat ik had tijdens het lezen van Maus. Allebei zijn het heftige boeken; heftig, maar ook onmisbaar.

30 December 2012

Uitgeverij XTRA, 2011
Oorspronkelijke titel Safe area Goražde, the war in eastern Bosnia (1992-1995), 2000
Vertaald door Robert Schuit en Peter Mennen




Comments

When I'm in a foreign place I like to visit bookshops and ask a bookseller what he or she would recommend to me. A little based on my preferences (I like many things anyway) but mostly based on the bookseller's. In Cluj-Napoca I came upon a science fiction fan. A young guy, probably a student in that city, who spoke good english. After checking out some of their literary fiction we quickly ended up in front of their science fiction section. I wanted a stand-alone book, so Frank Herbert's Dune series was discarded (although that would, in other circumstances, have been a candidate). In the end, a tie between Philip K. Dick's Ubik and Stanislaw Lem's Solaris. Both philosophical science fiction novels; more about ideas than stereotypical plots. Ubik's first page was unreadable so Solaris it had to be (also because in doubt I go for Eastern European). The bookseller was pretty enthusiastic about Solaris. An intellectual puzzle ánd the basis for a cult movie by Andrei Tarkovsky. Perhaps that movie is better. Perhaps Solaris was too different after The art of fielding. Perhaps George Clooney on the cover doesn't help (he stars in the Steven Soderbergh movie version, not the Tarkovsky one). I certainly devoted many hours to reading it. Maybe not as many as reading the Art, but it felt as much; and that for a 200 page book. But I didn't get it, I didn't get it at all. Some online reviews mentioned that the English translation I read is a secondary one, first Polish to French, then French to English. That could explain why it read so hard. Despite the translation, almost half of the book is unreadable scientific talk about past research on the enigmatic planet Solaris. I liked some of the bits about the main character (I kept seeing George Clooney in my head), stuck in the research center on the planet. His two fellow scientists are already mostly crazy and he's quickly losing his mind too. Solarisplays with people's minds. That's interesting enough. Just the lack of a driving plot, the boring scientific passages; it didn't seem to go anywhere. Perhaps this is one of those books I should put away without finishing, spend my time on a book I actually like. But then again, I almost never do.

5 October 2012

Faber and Faber, 2003
Original title Solaris, 1961
Translated from the Polish by Joanna Kilmartin and Steve Cox



Comments

I'm struggling with this book. It certainly was a struggle to finish, but afterwards I'm still not sure what to think of it. Stasiuk can write, that's for sure, only for some reason he chooses to write two good pages and then becomes unintelligible for another ten. I like it when he gives quotations, by writers such as Cioran, Kiš or Esterhazy. I like his decriptions of small backwater villages in Slovakia, Albania, Romania; it makes me want to drive there too. But he can have awfully dense philosophic passages that blur in front of my eyes. It almost seems he wants to push his readers away, keeping his thoughts to himself. Maybe this book wasn't meant to be published and he did write this as a personal notebook. Or maybe he refused to write a more conventional travel book and wanted to make a point like 'finding meaning in a text is pointless and irrelevant, just like finding meaning in the things I encountered on my travels is; therefore, I shall make my book as vague as possible to mirror this experience.' The text mimicks reality and all that. I don't know. Unlogically as it may seem, I am rather intrigued by this Stasiuk and will read another of his books in the near future, when possible.

27 August 2012

Vintage, 2012
Original title Jadąc do Babadag, 2004
Translated from the Polish by Michael Kandel



Comments

De opening van dit boek klinkt als een aflevering van Midsomer Murders: een dorpspriester wordt vermoord aangetroffen en vlak daarna verdwijnt een lerares op mysterieuze wijze. Alleen speelt dit alles zich af in een bergdorpje, diep in de Roemeense Karpaten. Hier woont een curieuze mengeling van Duitsers, Hongaren, Roemenen en zigeuners, die elkaar het liefst in de haren vliegen. Het verhaal begint in de jaren vijftig, als zelfs in dit afgelegen gebied het communisme begint door te dringen. Dat de gebeurtenissen rondom de priester en de lerares iets met de communisten te maken hebben beseft al gauw iedereen. De oplossing van dit mysterie zal echter pas vele jaren later duidelijk worden, na de val van Ceaușescu. De tussenliggende periode weet Bauerdick met veel vaart te beschrijven. Hij zet de verschillen tussen alle figuren in het dorp lekker vet aan en laat op hilarische wijze zien wat de onafwendbare moderniteit voor deze mensen betekent. Het levert een smakelijk boek op.

28 Juli 2010

Mouria, 2010
Oorspronkelijke titel Wie die Madonna auf den Mond kam, 2009
Vertaald uit het Duits door Meindert Burger

(citește în română)



Comments

Dit is een boek dat Michaël Zeeman zou hebben bejubeld. Een boek over verleden en herinnering. Persoonlijke herinneringen in eerste instantie, maar later meer en meer gedeelde herinneringen die uiteindelijk alles in zich bevatten: de hoofdpersoon, zijn familie, zijn land, de wereld. Hierdoor is De Wetenden bovenal een oneindig boek, een eindeloos Droste-effect. Het begint eenvoudig genoeg, met de jonge schrijver Mircea die uitkijkt over het nachtelijke Boekarest. Maar al gauw val je via zijn mijmeringen door het ene gat na het andere, steeds dieper zijn herinneringen in. Dat het daarbij juist om dat vallen gaat en niet om de landing lijkt de enige logische conclusie die je uit dit boek kunt trekken. Zoek vooral niet naar de antwoorden, maar geniet van de vele mooie beelden en groteske visioenen die Cărtărescu je voorschotelt. En bedenk daarbij dat hij dit waanzinnige boek stiekem gewoon in de Watergraafsmeer schreef, tijdens zijn verblijf als gastdocent aan de UvA (zie interview in de Volkskrant 12 juni). “Uit de glinstering van de straal, niet langer dan een nanoseconde, was zo plotseling de stad Amsterdam verschenen, met elk van zijn vierduizend Vlaamse huizen, waarvan de statige gevels weerspiegeld werden in de grachten, die net als de kanalen van het binnenoor een halve cirkel vormden” (p. 439). En dan nu voor een verfrissende duik in het zwembad.

18 Juni 2010

De Bezige Bij, 2010
Oorspronkelijke titel Orbitor. Aripa Stângă, 2007
Vertaald uit het Roemeens door Jan Willem Bos

(citește în română)

Comments
 

reading now


Categories