Peter van Dongen is, samen met Joost Swarte, de hedendaagse meester van de klare lijn. Dit is de tekenstijl die bekend is geworden door de Kuifje-strips van Hergé. Realistisch, helder, toegankelijk en ogenschijnlijk simpel om te tekenen. Dat simpele valt trouwens wel tegen volgens mij; kijk alleen maar naar het aantal jaren dat het Peter van Dongen kost om een van zijn boeken te maken. Hoe dan ook, ik hou wel van die klare lijn geloof ik en dus ook van het werk van Van Dongen.

Zijn getekende versie van Familieziek van Adriaan van Dis beviel me goed en, aangewakkerd door Alfred Birney’s De tolk van Java, wilde ik nog wel een keer terug naar Indonesië. Gelukkig was er net een nieuwe versie verschenen van Van Dongens eerdere twee boeken over Indonesië, samen gebundeld en voor het eerst ingekleurd onder de titel Rampokan.
Dit boek vertelt het verhaal van een Nederlandse soldaat genaamd Johan Knevel die naar Nederlands-Indië wordt gezonden tijdens de Politionele Acties. Hoewel Johan in Indië is opgegroeid heeft hij tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland gezeten en daarom kijkt hij vol verwachting uit naar de terugkeer in het paradijselijke land uit zijn jeugd.

Door de avontuurlijk-realistische tekenstijl van Van Dongen en doordat de blonde Johan Knevel ook wel iets wegheeft van Kuifje verwacht je eerst nog eventjes een soort Kuifje in Indonesië te gaan lezen. Maar Van Dongen maakt snel duidelijk dat je daarvoor bij hem aan het verkeerde adres bent. Niks geen blijmoedig avontuur, waarin iedereen kan zien wie goed is en wie slecht. Dat is het ‘m juist, als er één ding duidelijk is over de periode van de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd is het het morele drijfzand waarin iedereen verkeert. De Nederlandse militairen denken dat ze met hun superieure wapens en techniek hun Indië wel even zullen zuiveren van dat terroristische gespuis. Zij zijn goed en die ‘ploppers’, zoals zij de Indonesische vrijheidsstrijders noemen, zijn slecht; da’s logisch. Het dubieuze is alleen dat de Nederlanders zich al gauw ook als een stel terroristen gaan gedragen. Dorpen worden platgebrand en men kijkt niet op een doodgeschoten Indonesiër meer of minder.
In dit gewelddadige moeras wordt Johan Knevel gekatapulteerd. Hij wil zijn oude baboe zien te vinden en houdt er daarmee net als veel van zijn kameraden een eigen agenda op na. Zijn zoektocht brengt hem in Boek 1 op Java en in Boek 2 op Celebes, maar het paradijs uit zijn kindertijd krijgt hij er niet mee terug.

Peter van Dongen zet het contrast tussen dat paradijselijke van Indonesië – met al z’n geuren, kleuren en natuur – en de gruwelen van deze onoverzichtelijke periode bijzonder fraai neer. Door de ‘Kuifje-stijl’ heb je erg de neiging met Johan mee te willen leven als de held van het verhaal, maar gaandeweg kom je erachter dat er aan elk personage in Rampokan wel een zwart randje zit, ook aan Johan. Dit maakt het een mooi, maar tegelijkertijd ook best zwaar boek om te lezen. Van Dongen dwingt je met zijn vele lagen in het verhaal tot langzaam lezen en dat is maar goed ook. Dit is geen graphic novel die je in twee uurtjes uit hebt. Daardoor kun je langer genieten van al het moois dat Van Dongen voor ons tekent en word je er des te meer van doordrongen dat oorlog nooit een simpel avonturenverhaal is.

De kleurrijke, sfeervolle tekenstijl van Peter van Dongen vormt een mooi contrast met de droge schrijfstijl van Yasushi Inoue. De grootste Japanse schrijver waarvan je nog nooit gehoord hebt, wordt Inoue wel genoemd. Jaren geleden las ik een boek van hem in het Engels, Tun-Huang. Een prettig originele historische roman waar ik goede herinneringen aan heb overgehouden. Ik was daarom erg blij toen ik hoorde dat de kleine uitgeverij Bananafish twee van Inoue’s novellen in het Nederlands ging vertalen.

Allereerst las ik Het jachtgeweer, een korte, elegant gecomponeerde raamvertelling. Dit is een liefdesgeschiedenis over één man en drie vrouwen en een dichter-verteller die het hele verhaal langzaam uit de doeken doet. De drie vrouwen komen een voor een aan het woord, elk in haar eigen stijl. Via het verhaal van de ene vrouw word je het verhaal van de andere vrouw ingetrokken en zo verder. Inoue heeft het verhaal knap in elkaar gestoken, alles wordt spaarzaam en onderkoeld verteld, waarbij je als lezer steeds precies genoeg krijgt voorgeschoteld om door te willen lezen. Ik heb dit boek de afgelopen tijd al aan verschillende mensen aanbevolen en dat wil ik hier graag nog een keer herhalen: lees Het jachtgeweer.
Je hebt het in een avondje uit, maar het verhaal blijft je bij. Juist omdat er weinig staat, krijgt wát er staat meer betekenis en weet Inoue er op ingenieuze wijze een universeel verhaal over de liefde van te maken. Dit klinkt hoogdravender dan ik het bedoel trouwens. Ik probeer eigenlijk alleen maar te zeggen dat ik het een mooi boek vond. Mooi om het verhaal en mooi door de manier waarop Inoue het vertelt.

Keurig volgens plan verscheen een paar maanden later de tweede vertaling van Inoue, Stierensumo. Een boek met dezelfde onderkoelde stijl als Het jachtgeweer, maar dit keer zit er ook een droogkomische kant aan het verhaal. De flaptekst vergelijkt Stierensumo met Kaas van Willem Elsschot, zowel qua verhaal als qua stijl. Een grappige vergelijking tussen een Japans en een Nederlandstalig boek, maar ik geloof dat ik ‘m wel snap. Beide boeken gaan over een tot mislukken gedoemde onderneming, iets was de hoofdpersonen pas merken als het te laat is.

In Stierensumo organiseert de jonge hoofdredacteur Tsugami een traditioneel Japans stierengevecht. Zijn krant ziet hier een goede publiciteitsstunt in en aan Tsugami de ondankbare taak om dit in goede banen te leiden. Het boek speelt vlak na de Tweede Wereldoorlog (ik lijk iets te hebben met die periode), in een nog grotendeels verwoest Japan. Interessant genoeg herkende ik er ook veel van onze tijd in. Door sociale druk en onrealistische verwachtingen gedwongen verzinkt Tsugami steeds verder in zijn opdracht, totdat hij als een soort zombie alleen nog maar met de stierensumo bezig is. Hij komt uiteindelijk niet met een burnout thuis te zitten, dat deed men niet in die tijd dunkt me, maar zijn relatie met zijn geliefde, Sakiko, komt er flink door onder druk te staan.

Inoue psychologiseert nergens in Stierensumo, hij beschrijft slechts de gebeurtenissen richting het toernooi en de handelingen van de personages. Door dat alles droog en simpel te vertellen geeft hij je als lezer de ruimte om zelf in de hoofden van de personages te kruipen. Wat op het eerste gezicht het verhaal van een mislukte onderneming lijkt, krijgt net als bij Het jachtgeweer gaandeweg veel meer allure. Dit doet me erg denken aan de boeken van Ernest Hemingway, die ook vond dat een schrijver lang niet alles moest vertellen, maar dat je juist veel aan de lezer zelf moest overlaten. Leuk om te zien dat Inoue diezelfde filosofie lijkt te hanteren in deze twee boeken. Ik hoop dat er nog meer van zijn boeken in het Nederlands zullen verschijnen.

Peter van Dongen - Rampokan
Dupuis, 2018
176 pagina's

Yasushi Inoue - Het jachtgeweer
Bananafish, 2018
Oorspronkelijke titel Ryoju, 1949
Vertaald uit het Japans door Jacques Westerhoven
64 pagina's

Yasushi Inoue - Stierensumo
Bananafish, 2018
Oorspronkelijke titel Togyu, 1949
Vertaald uit het Japans door Jacques Westerhoven
112 pagina's














Comments

Boeken lezen is net schaken. Soms ben je zo verzot op één pion (lees: schrijver) dat je steeds maar weer een stapje met datzelfde stuk zet om een volgend boek van die schrijver uit de kast te pakken. Vaak leidt het ene boek naar het andere, zodat je met een paardensprong naar een nieuwe schrijver springt die je aan de vorige doet denken. Of, als je er even helemaal klaar mee bent, steek je gewoon het hele bord over om bij een totaal ander genre of onderwerp uit te komen. Alles kan, alles mag, maar je stemming van het moment bepaalt uiteindelijk je leesstrategie.
Laten we eens kijken naar de boeken die ik de afgelopen twee maanden gelezen heb. Gewoon om te zien hoe ik van het ene naar het andere boek gehopt ben.

Begin november waren we op vakantie in Zuid-Portugal. Even een weekje ertussenuit om nog wat zonnestralen te vangen voor de donkere maanden echt beginnen. Het leek me realistisch om slechts drie boeken mee te nemen. De vakanties van tegenwoordig zijn tenslotte niet meer de vakanties van vroeger. Uiteindelijk heb ik me de hele week vermaakt met één van de drie boeken, wat langzaam las maar daardoor zeker niet minder leuk was: Life begins on Friday van Ioana Pârvulescu. Een aanwinst van onze vorige vakantie in Roemenië. Het is prettig als je af en toe een goed gesprek met je vrouw kunt hebben, dus toen ik in een boekhandel in Braşov zowaar een Engelse vertaling van Viața începe vineri zag liggen – een populaire Roemeense roman van een paar jaar geleden en een favoriet van mijn vrouw – moest ik die natuurlijk meenemen. Zodra ik niet meer in Roemenië ben zakt de noodzaak zo’n boek te lezen echter onherroepelijk weg, dus ik was erg trots op mezelf dat ik het bewuste boek meenam in de koffer naar Portugal. Life begins on Friday is het wonderlijke verhaal van een man uit onze tijd die in de week tussen Kerst en Oud en Nieuw ineens terecht komt in het Boekarest van vlak voor 1900. Het boek is een vrolijke mozaïek-vertelling over allerlei kleurrijke personages uit de stad die Pârvulescu op ingenieuze wijze met elkaar verbindt. Van de krantenjongen tot de politiechef en van de redactie van de lokale krant tot de dokter en zijn gezin, iedereen reageert op zijn eigen wijze op die eigenaardige onbekende man die tot ieders verbazing over straat gaat zonder hoofddeksel, met een geheel geschoren gezicht en gekleed in rare gekleurde kleren. Om nog maar te zwijgen over z’n bijna niet te verstane accent. Een rare snuiter, dat is wel duidelijk, maar via hem komen alle personages wel nader tot elkaar. Life begins on Friday biedt een zeer origineel inkijkje in het Boekarest van ruim een eeuw geleden, nog voor de communistische bulldozers grote stukken van het oude centrum platsloegen, en aanstekelijk verteld door Pârvulescu.

Nu lijkt het haast alsof ik dit boek in één ruk heb uitgelezen, maar dat zou smokkelen zijn. De vakantie in Portugal was te kort om dit boek uit te krijgen en weer terug in Nederland had ik even behoefte aan iets anders tussendoor. Inmiddels heb ik ook de stripwinkel in Haarlem ontdekt, dus daarvandaan kwam ik thuis met twee aanwinsten: deel 1 van De Kennedy files van Erik Varekamp en Mick Peet en Familieziek van Peter van Dongen. Ik hou erg van strips als tussendoortjes. Hoewel ik niet echt een hele vaste stripsmaak heb moet het liefst wel iets historisch zijn en een beetje literair ook graag. De Kennedy files is een stripserie-in-de-maak over de beroemde familie Kennedy. Deel 1 is hiervan inmiddels verschenen en gaat over de pater familias, de vader van de latere president John F. Kennedy. Deze rijke Amerikaanse zakenman wordt in de Tweede Wereldoorlog de Amerikaanse ambassadeur in Engeland, alwaar hij zich te buiten gaat aan een luxeleventje met chique feestjes, veel drank en veel vrouwen. Allerlei bekende en vaak ook dubieuze figuren komen voorbij en het geheel leest als The Great Gatsby meets James Bond. Varekamp en Peet maakten eerder een stripserie over Prins Bernhard, Agent Orange. Gezien het succes daarvan is het eigenlijk best logisch dat ze als volgende onderwerp de Kennedy’s hebben genomen, want ze maken zeer vermakelijke én historisch goed doortimmerde strips rondom deze historische figuren.
Familieziek is een graphic novel van Peter van Dongen naar de roman van Adriaan van Dis. Van Dongen is een meester in de klare lijn-stijl van Hergé en Joost Swarte en omdat hij net als Van Dis een Indische achtergrond heeft was hij de aangewezen persoon om dit autobiografische verhaal over de jeugd van Van Dis te verstrippen. Na de Tweede Wereldoorlog komt het gezin Van Dis vanuit Nederlands-Indië in Nederland terecht. Adriaan is het nakomertje, vlak na de oorlog geboren, met drie oudere zussen boven zich. Het door de oorlog getekende gezin moet proberen te aarden in het Holland van de jaren vijftig. Het getreiter van de oudere zussen, de nostalgische moeder, de tyrannieke vader en het niet al te gastvrije grijze Holland in de na-oorlogse jaren, Van Dongen vertaalt alles zeer sfeervol naar beeld. Over alles hangt de beklemmende deken van een moeilijke jeugd en dan is er ook nog een mysterieus schaduwbroertje dat hier en daar opduikt in het verhaal, maar over wie nooit gesproken mag worden. Familieziek; mooi. Van Dongens eerdere tweeluik Rampokan, dat ook over Nederlands-Indië gaat, wil ik zeker ook nog een keer lezen.

Hierna ging het eventjes snel en las ik niet alleen alsnog Life begins on Friday uit, maar ook Sapiens van Yuval Noah Harari. Dat boek lag al ruim een jaar voor driekwart uitgelezen te wachten op het laatste zetje en nu was daar dan eindelijk het moment. Om in sporttermen te blijven, ik hoefde ‘m eigenlijk alleen nog maar in te koppen. Het blijft vreemd, het eerste stuk van het boek had ik met veel plezier gelezen. De hype rondom dit boek is wat mij betreft terecht, want ook ik vond het een fascinerend boek. Harari wil maar liefst de hele geschiedenis van de mensheid tot nu toe vertellen in één boek en weet daar wonderwel een tamelijk aanstekelijk geheel van te maken. Toch raakte ik ergens mijn lees-momentum kwijt en legde het boek weg. Gelukkig kon ik vrij gemakkelijk de draad weer oppakken en het laatste stuk alsnog uitlezen, zodat ook Harari een vinkje achter zijn naam kon krijgen. Dat lucht op.

Hierna gebeurde er een paar weken vrij weinig op boekengebied. De tijd rond Sinterklaas en richting Kerst is altijd vrij rommelig en druk, waardoor je weinig tijd overhoudt om te lezen. Om dan ineens in één weekend weer twee boeken uit te lezen. Eerst Heimat van Nora Krug. Een heel mooie ‘graphic memoir’ waar ik erg enthousiast over ben. Nora Krug woont al geruime tijd in de VS, maar is opgegroeid in Duitsland. Heimat – wat ze in het Engels heeft geschreven als Belonging. A German reckons with history and home – is een graphic novel waarin Krug terugkeert naar haar Heimat, naar Duitsland dus. Ze onderzoekt de geschiedenis van haar familie, van haar ouders die opgroeiden in de schuldbewuste jaren na de oorlog en van haar grootouders en hun oorlogsjaren. Heimat is een zoektocht naar Krugs familie, én veel meer dan dat. Via die zoektocht stelt ze ook allerlei vragen over afkomst, over het land en het gebied waar je vandaan komt. Mag je daar als Duitser wel trots op zijn, in het licht van de gruweldaden tijdens de Tweede Wereldoorlog? En hoe zit het met Krugs eigen familie? Waren al haar opa’s en oma’s, ooms en tantes wel onschuldig, of zitten er tussen haar familieleden ook daders? Gebruik makend van allerlei materiaal, brieven, foto’s en spullen van de vlooienmarkt heeft Krug hier een heel eigen, origineel boek van gemaakt. Het vertelt het verhaal van één Duitse familie, maar – en dat is het knappe – tegelijkertijd is het haar gelukt er een universeel verhaal van te maken over wat het betekent om bij een land en bij een familie te horen. Heel mooi en heel knap, misschien wel het mooiste boek dat ik dit jaar heb gelezen.

Gelijk door met wat anders, Wat is een boek? van Paul Dijstelberge. Vakliteratuur voor mij, absoluut, maar gelukkig ook gewoon een leerzaam en vermakelijk boek over – de titel zegt het al – de geschiedenis van het boek. Over letters, papier, drukpersen, schrijvers, uitgevers, boekhandels, zo’n beetje alles wat er over een boek als informatiedrager te vertellen valt. Lekker kort, informatief, met veel interessante plaatjes. Ook al is het maar 200 pagina’s, Wat is een boek? is typisch zo’n boek waar altijd wel weer wat leuks in staat wat je nog niet wist en wat je weer op weg naar andere boeken kan leiden. Een springplank-boek zullen we maar zeggen.

Jeugd, oorlog, Duitsland; via Heimat kwam ik in mijn hoofd al gauw uit bij een van mijn favoriete jeugdboeken van vroeger, Oorlog zonder vrienden van Evert Hartman. Met hetzelfde plezier als waarmee je soms oude films terug kunt kijken kun je ook oude kinderboeken herlezen. Heerlijk vind ik dat. Het enige criterium waar zo’n kinderboek aan moet voldoen is dat ik het ooit al een keer heb gelezen (of misschien wel meerdere keren) en dan is het goed. Even een nostalgie-vinkje zetten in je hoofd. Het leuke met zo’n boek als Oorlog zonder vrienden is, vaak weet je het verhaal nog wel zo’n beetje na te vertellen. De spanning zit ‘m dan eerder in ‘hoe ging dat nou ook al weer precies?’ En dan is het ook nog eens lekker leesbaar, want een kinderboek. Ideaal zo nu en dan.

Tussen Kerst en Oud en Nieuw gingen we naar Berlijn. Een goeie plek voor de feestdagen. Mijn boeken-missie daar: De tolk van Java van Alfred Birney uitlezen. Ook zo’n boek waar ik al een tijdje in bezig was. Geschiedenis, oorlog, Indonesië, het leek me helemaal mijn boek. Alleen, het is zo dik. Om mistige redenen heb ik een soort dikke-boeken-fobie ontwikkeld. Eigenlijk op niks gebaseerd, behalve op het feit dat je over dikke boeken soms nogal lang doet en dat mijn lees-momentum voor zo’n boek dan al weer verdampt is en dat dat stom is en..., nou ja, nergens op dus. Zoals met zoveel dingen is het slechts een kwestie van tijd en planning. En als je dan zo mooie week tussen Kerst en Oud en Nieuw vrij bent, dan past daar precies één zo’n dik boek in. De tolk van Java telt weliswaar vrij veel pagina’s, maar eigenlijk leest het als een trein. Het is een echt vertel-boek, waarin Birney het verhaal vertelt van zijn jeugd en de oorlogsjaren van zijn vader. Vader Birney groeit op in Nederlands-Indië als niet-erkende zoon van een Chinese moeder en een Nederlandse vader. Tijdens de Tweede Wereldoorlog strijdt hij tegen de Japanse bezetters, om na de oorlog als de Nederlandse machthebbers weer terugkeren om hun gezag te herstellen de kant te kiezen van de Nederlanders. Hij neemt dienst bij de Nederlandse mariniers en vecht tijdens de onafhankelijkheidsoorlog die daarop volgt tegen de Indonesische vrijheidsstrijders. Hij kiest partij voor de Nederlanders terwijl veel van zijn voormalige schoolvrienden juist kiezen voor de Indonesische kant. Terwijl zijn donkere huidskleur, zijn jeugd en achtergrond, eigenlijk alles hem juist verbindt met Indonesië, kiest hij voor het land van zijn vader die hem nooit erkend heeft. De Nederlandse strijdkrachten kunnen zijn kennis van de lokale talen goed gebruiken en zo wordt hij formeel ingezet als tolk. De lokale tolken vechten vanwege hun lokale kennis echter juist mee in de voorste linies, waardoor Birney sr. vele oorlogsgruwelen meemaakt en zelf ook veel slachtoffers maakt. Deze oorlogservaringen neemt hij met zich mee als hij na de onafhankelijkheid van Indonesië moet vluchten naar Nederland. Hij krijgt vijf kinderen met een Nederlandse vrouw, waarvan Alfred de oudste is. (interessante parallel met mijn eigen familie: mijn vader heet ook Alfred, is ook geboren in 1951, en zijn Nederlandse moeder is ook opgegroeid in Nederlands-Indië om na de Tweede Wereldoorlog en het Jappenkamp in Nederland een gezin te stichten. Hierna houden de vergelijkingen overigens wel op).
De door de oorlog getraumatiseerde vader maakt het leven van het gezin Birney tot een ware hel. Zijn frustraties en angsten botviert hij met name op de kinderen, waarbij de moeder meer en meer vlucht in huishoudelijke taken, televisie kijken en kettingroken. Als de Kinderbescherming na een paar jaar ingrijpt moet Alfred de rest van zijn jeugd in verschillende internaten doorbrengen. Zo werkt het verleden van de vader op gruwelijke wijze door in het leven van de kinderen en zadelt hij zijn gezin op met een vreselijke jeugd. In De tolk van Java rekent Birney op genadeloze wijze af met zijn beide ouders en deze jeugd. Daartussenin lees je in flashbacks het verhaal van de vader in Nederlands-Indië. Voorwaar geen lichte kost, maar zoals gezegd, Birney vertelt het allemaal op zo’n manier dat het haast wel licht leest. Hieraan kun je aflezen dat hij vele jaren aan dit boek gewerkt heeft. Niet alleen moest dit verhaal vertelt worden en zit er daardoor een enorme verteldrang achter, maar door al het gesleutel en geschrap is alleen het echt noodzakelijke blijven staan. Het boek telt weliswaar 550 pagina’s, maar dat voelt zeker niet als te veel. Je proeft dat er nog heel veel is weggelaten. Het resultaat is een intens boek, dat aangrijpend is, vaak spannend, heftig soms, maar altijd vaart houdt en dus zeer goed in balans is. Sommige stukken die vertellen over de nare gezinssituatie worden soms bijna te veel, maar dan wisselt Birney weer op het juiste moment van perspectief. Velen hebben dit boek Birney’s magnum opus genoemd en dat lijkt me een zeer juiste typering. Hij heeft tenslotte al dertien eerdere boeken op zijn naam staan, die tot dan toe zeer weinig lezers hebben bereikt. Nu komt alles ineens eruit in dit ene boek en zijn er al meer dan 100.000 exemplaren van De tolk van Java verkocht. Mooi hoe dat soms kan gaan. Mijn fascinatie met Nederlands-Indië is met dit boek enerzijds flink bevredigd, maar anderzijds misschien juist wel groter geworden. Ik wil hier zeker nog wel meer over gaan lezen en misschien ook nog wel meer van Alfred Birney, want voor een tot nu haast onbekende schrijver kan hij verdomd goed schrijven.

Roemenië, graphic novels, geschiedenis, oorlog, Duitsland, Indonesië. Dat zijn zo’n beetje de leesthema’s geweest van deze afgelopen maanden. Het ene boek brengt je op het andere, maar uiteindelijk kom ik vaak terug op een aantal interesses, genres en onderwerpen. Net zoals elke lezer waarschijnlijk. Al met al een goede oogst voor dit winterlezen-seizoen.

Ioana Pârvulescu - Life begins on Friday
Istros Books, 2016
Oorspronkelijke titel Viața începe vineri, 2009
Vertaald uit het Roemeens door Alistair Ian Blyth
268 pagina's

Erik Varekamp & Mick Peet - De Kennedy Files 1: De man die president wilde worden
Scratch Books, 2016
96 pagina's

Peter van Dongen - Familieziek - naar de roman van Adriaan van Dis
Scratch Books, 2017
128 pagina's

Yuval Noah Harari - Sapiens. Een kleine geschiedenis van de mensheid
Thomas Rap, 2016
Oorspronkelijke titel From Animals into Gods. A Brief History of Humankind, 2012
Vertaald uit het Engels door Inge Pieters
464 pagina's

Nora Krug - Heimat. Terug naar het land van herkomst
Balans, 2018
Oorspronkelijke titel Belonging. A german rekons with history and home, 2018
Vertaald uit het Engels door Inge Pieters
284 pagina's

Paul Dijstelberge - Wat is een boek? Een kleine geschiedenis
AUP, 2018
216 pagina's

Evert Hartman - Oorlog zonder vrienden
Lemniscaat, 2018
Oorspronkelijk verschenen 1979
252 pagina's

Alfred Birney - De tolk van Java
De Geus, 2017
544 pagina's



















Comments

About a year ago Joe Sacco impressed me with Safe area Goražde, a stark report from a Bosnian town during the Yugoslavian war of the 1990's. Sacco showed he has an eye for things the world refuses to see and the skills to draw them, producing comic book journalism of high quality.

His quest for the oppressed has led him on to Israel. Sacco is clearly fascinated by the violent pressure cooker that is Palestine and the never-ending struggle between Israelis and Palestinians. He comes upon a deeply buried case of more than fifty years ago and travels around the Gaza Strip to investigate. During the 1956 Suez Canal crisis Israeli troops are said to have conducted two massacres in Palestinian towns, killing hundreds of civilians. Official records of the time treat the incidents as minor disturbances, footnotes in the greater scope of history, and no investigation has ever been conducted.

Sacco tries to reconstruct the events of those days as objectively as possible, trying to find every eyewitness still alive to tell their story. Crossreferencing all those eyewitness accounts, sifting the truth from stories that often differ slightly from eachother; it is a long time ago, but such events are not easily forgotten. With the help of photo material from archives Sacco brings the gruesome events of those days back to life, all the while being constantly disturbed by the current disturbances in the area. Israelis bulldozing Palestinian houses on a large scale, looking for militants and insurgants, but in effect making many ordinary Palestinians homeless. In this highly stressful climate Sacco and his friend and interpreter Abed are often shouted at by the younger people whose homes they enter. What are they doing digging up dirt from so long ago, while contemporary events are demanding everyone's attention?

Fortunately, Sacco persisted and managed to piece together almost the whole story, including some Isreali accounts that hint at the truth of things. His point is valid enough and gets stated somewhere in the beginning of the book, when an old Palestinian remarks that the hatred that is visible all around was planted into people's hearts long ago. It is relevant to the current situation to understand how it used to be, or at least how it probably went.

5 January 2014

Jonathan Cape, 2009



Comments

This book was a gift, by a friend who loves graphic novels. We had a long conversation about famous authors of graphic novels, the ones he likes and the ones I like. One author he likes and I didn’t know about was Will Eisner. The next time I saw him he presented me with a copy of a graphic novel; he had a double. It was called The Will Eisner Reader, containing ‘7 graphic stories by a comics master’.
My experience with graphic novels so far has always been with long works like Maus, Persepolis, and Safe area Goraźde, so it was interesting to see how this art form would hold up with shorter stories. Eisner has his own style, realistic black-and-white, with a feeling for people’s expressions. You’re inside characters heads, experiencing thoughts and flashbacks, while the actual story runs on. My friend told me that Eisner was in fact the first artist to go beyond comics to the more serious genre of the graphic novel (back when that name didn’t exist yet).
New York City is a fixture for Eisner. The best and longest story, ‘A sunset in Sunshine City’, is about a shopkeeper from New York who retires from the bleak north to sunny Florida, among the pensionados. Its main character reminded me of the shopkeeper from that nice movie Smoke, written by Paul Auster. Another good story portrays an 82 year old hitman so intent on finally fulfilling a contract that he gets a heart attack and is buried by the one he was supposed to kill.
Humour is important, as is nostalgia for New York in the 1930’s (when Eisner grew up). The poverty, gangsters and close-knit communities from those days are juxtaposed with the wealth, boredom and individualism of our times. Eisner offers escapism with good yarns from the good ol’ days. I’m usually a sucker for such romantic escapism, so I think I will like more from Will Eisner in the future. This was a good gift, then, more so for the fact that it smells strongly like the pipe tobacco my friend smokes.


17 June 2013

W. W. Norton & Company, 2008




Comments

How to tell a story without words? A good storyteller knows he should be as universal as possible, while telling a specific story. Of course each story is unique, but it helps if it contains an element of basic human experience.
With The Arrival Shaun Tan beautifully captured the ancient theme of the traveller. A man leaves his wife and daughter behind and travels to a foreign country. The alienation he feels in this new place – language, customs, surroundings are all unknown to him – make him long for the familiarity of home. With a nicely surreal style Tan makes you see all those strange things through the man’s eyes and through his daughter’s who misses him. A funny creature befriends the man and shows him around. Through this creature he meets other travellers. They tell the man their stories of arrival in this foreign land. It turns out many people used to have their home elsewhere. Feelings of alienation are normal, but together they can help each other make a new home.
The arrival tells a universal story; it is a book you should pick up occasionally, just to see how such a story should be told. And to look at all the pictures of course.

4 January 2013

Querido, 2008
Originally published 2007






Comments (2)

Ik kan me de oorlog in Joegoslavië begin jaren ’90 wel herinneren. De toedracht was me toen niet duidelijk, maar bepaalde veelgebruikte woorden op televisie zijn goed blijven hangen: Sarajevo, Karadzic, Mladic, etnische zuivering, Srebrenica. Van Goražde had ik nog nooit gehoord.
Uit Joe Sacco’s graphic novel Moslimenclave Goražde blijkt dat dit precies het probleem was waar Goražde mee kampte. De internationale media-aandacht ging voornamelijk uit naar de belegerde hoofdstad Sarajevo, terwijl er amper oog was voor ‘veilige’ enclaves als Srebrenica en Goražde. Hoewel Goražde het gruwelijke lot van Srebrenica bespaard is gebleven, heeft het stadje wel een aantal vreselijke oorlogsjaren gekend. Joe Sacco heeft het staartje van deze periode in Goražde meegemaakt en daar vele mensen gesproken die verschrikkingen achter de rug hadden. Hun verslagen, vermengd met zijn eigen ervaringen, heeft Sacco verwerkt in deze indrukwekkende graphic novel. Zo nu en dan bekroop me hetzelfde gevoel dat ik had tijdens het lezen van Maus. Allebei zijn het heftige boeken; heftig, maar ook onmisbaar.

30 December 2012

Uitgeverij XTRA, 2011
Oorspronkelijke titel Safe area Goražde, the war in eastern Bosnia (1992-1995), 2000
Vertaald door Robert Schuit en Peter Mennen




Comments

Ik was in de bibliotheek op zoek naar graphic novels en bij toeval liep ik daar tegen De laatste dagen van Stefan Zweig aan. Slechts enkele dagen geleden schreef ik een stukje over Schaaknovelle, een boek dat Zweig schreef in zijn laatste levensjaar. Of het nou het lot is of gewoon toeval, zoiets probeer ik altijd gehoor aan te geven. Voordeel van zo'n graphic novel is dat je daar niet lang over hoeft te doen. Ik las het gelijk in de bibliotheek uit.
De laatste dagen van Stefan Zweig werkt naar het onvermijdelijke toe: de zelf moord van Stefan Zweig, samen met zijn tweede vrouw Lotte. Dit bekende gegeven maakt het verhaal tot een tragedie. Het noodlot staat al grijnzend in de coulissen. Hierdoor weet je als lezer meer dan de personages, maar ook zij komen al snel niet meer los uit hun melancholie. Stefan en Lotte wonen hun laatste maanden in het haast paradijselijke Brazilië. Maar ook aan de andere kant van de wereld achtervolgt de oorlog hen. De herinneringen aan vele reeds gestorven vrienden kwellen Stefan. Hij is dan al jaren op de vlucht uit zijn vaderland Oostenrijk en voelt zich doodmoe en ontheemd. Lotte, hoewel slechts dertig jaar oud tegenover de zestig jaren van haar man, leeft zozeer met hem mee dat ze besluiten de neerwaartse spiraal te beëindigen.
Het is een mooi moment als de schrijver zijn laatste manuscript inlevert, zijn autobiografie De wereld van gisteren. De herinneringen aan die voorbije wereld worden door enkele citaten en afbeeldingen aangestipt in dit boek. Waar ik ook van kon genieten is een subtiele verwijzing naar de schaakpartij aan boord van het schip in Schaaknovelle (zie afbeelding). Het lijkt me duidelijk dat ik gauw meer werk van Stefan Zweig zal lezen.

19 December 2012

Casterman, 2012
Oorspronkelijke titel Les derniers jours de Stefan Zweig, 2010
Tekeningen door Guillaume Sorel
Scenariobewerking door Laurent Seksik






Comments

Nadat ik een paar maanden geleden al aangenaam verrast was door Maus van Art Spiegelman, was het nu Logicomix dat de graphic novel van z’n beste kant liet zien. Je zou het eigenlijk een schets van het leven van filosoof Bertrand Russell moeten noemen, gekruist met een overzicht van enkele belangrijke ontwikkelingen in de wiskunde en de logica uit zijn tijd. Klinkt saai? Wellicht. Maar ik heb in tijden niet zo snel achter elkaar doorgelezen, zo spannand was die logica. Er gaat een aanstekelijk vertelplezier van dit boek uit en een oprechte wil tot weten. Ik moet uitkijken, straks word ik nog fan van graphic novels.

1 Mei 2010

Comments

Felt fascinated by this work ever since reading an excerpt during the Philosophy and Literature course. More excerpts during Jewish American Literature and a fellow student who was enthusiastic about it. Wanted to buy it in New York, but eventually bought it in Berlin. I started late in the evening and almost couldn't put it away. The next day I read it in one go. It's got superb narrative drive, with a good mix between the father's tale and the contemporary stuff with the son, Art. I really admire the simple yet effective division of people into different animals. The horrible story is told perfectly and the drawings are sometimes very simple, sometimes very powerful. Great stuff this.

3 February 2010

Comments
 

reading now


Categories