Thomas Heerma van Voss (Amsterdam, 1990) studeerde Engels in Londen en Nederlands in Amsterdam. Hij debuteerde in 2009 met De Allestafel. Vier jaar later verscheen zijn tweede roman: Stern. In september 2014 kwam de verhalenbundel De derde persoon uit.
Hij heeft interviews, verhalen en artikelen gepubliceerd in onder meer Vrij Nederland, NRC/Next, de Volkskrant, Trouw, L’Officiel, VARAGids, De Correspondent, Tirade, Das Magazin, Hollands Maandblad, De Gids en Passionate.
(bron www.thomasheermavanvoss.nl)

Interview met Jacob de Zoet, september 2014

Wie ben je?

Wie ik ben is een vraag die je vermoedelijk beter aan anderen kunt stellen. Wat word ik nu geacht te zeggen? Existentiële antwoorden lijken me hier ongepast en ook saai, dus ik beperk me tot wat enkele biografische gegevens: ik ben 24 jaar en ik schrijf.

Sinds wanneer schrijf je? Was er een moment dat je dacht, nu ben ik een schrijver?

Ik ben jong gedebuteerd, waardoor mensen vaak denken dat ik er altijd al van droomde schrijver te zijn of zoiets. In werkelijkheid dacht ik daar eigenlijk nooit over na. Vanaf mijn twaalfde schreef ik wel over muziek, voornamelijk over hiphop, maar literatuur las ik nooit. Dat begon pas op mijn zestiende, zeventiende - en op mijn achttiende waagde ik me voor het eerst aan een fictieverhaal. Vreemd genoeg mondde dat meteen uit in mijn debuut, De Allestafel, dat in 2009 verscheen. Sinds daar in 2013 Stern bij kwam, mijn tweede boek, heb ik, in het geval iemand vraagt naar mijn bezigheden, de zin 'ik schrijf' een enkele keer vervangen voor 'ik ben schrijver'. Hoewel ik dat nog steeds niet per se als een aanbeveling of onderscheiding zie.

Schrijf je spontaan, op inspiratie, of hou je een strak ritme aan?

'Inspiratie' vind ik een gevaarlijk woord: om me heen wordt het vooral gebruikt om luiheid mee te camoufleren. 'Nee, geen inspiratie vandaag.' 'Inspiratie kun je niet forceren.' Dat laatste is onzin: natuurlijk lukt het de ene dag beter dan de andere, natuurlijk levert niet elke schrijfsessie scènes op die in een uiteindelijk boek komen, maar als je al iets over inspiratie kan zeggen, is het dat het juist wel te forceren valt. Door elke dag te gaan zitten. Door te blijven gaan, ook als je even niet weet hoe je verder moet. Al is het maar om een komma te verplaatsen in wat je al hebt geschreven.

Wat zijn de belangrijkste boeken in je leven?

Nooit meer slapen
is voor mij persoonlijk een belangrijk boek geweest, omdat het het eerste 'volwassen' boek was dat me van begin tot eind overtuigde en me de kracht van literatuur liet zien. In mijn jeugd was ik daarnaast gek op Pluk van de petteflet en Karlsson van het dak, boeken die ik nog steeds koester.

Heb je wel eens een vreemde taal willen leren om een boek in het origineel te kunnen lezen?

Nee. Ik lees sowieso bijna alles in Nederlandse vertaling. Anders ben ik - ook bij Engelse boeken - bang dat me teveel nuances of details ontgaan.

Heb je wel eens een literaire pelgrimstocht ondernomen?

Wat is een literaire pelgrimstocht? Dat je naar een oord gaat waar een auteur woonde of schreef? Nee. In Parijs ben ik weleens op een fiets beland samen met een zestigjarige familievriend, die wist dat ik schreef en de gelegenheid gebruikte om, terwijl we op een razend tempo door de stad scheurden, me op ieder gebouw te wijzen waar ooit iets literairs gebeurd was: daar had auteur X zijn debuut geschreven, daar was auteur Y gestorven. Volgens mij heb ik die middag genoeg literaire pelgrimstocht gehad voor de rest van mijn leven.

Wat vind je momenteel het interessantste land op literair gebied? Zijn wij dat zelf of lopen we achter?

Hiervoor volg ik de literaire activiteiten in andere landen niet goed genoeg. Afgaande op wat ik weet zou ik niet snel zeggen dat we achter (of voor) lopen, volgens mij

Voor welk(e) boek(en), behalve die van jou, moeten we nu allemaal naar de boekhandel rennen?

Recent las ik Het lam, een overweldigende, indringende, subtiele en prachtig geschreven roman van Jannie Regnerus. Verder heb ik recent het oeuvre van Giorgio Bassani pas echt ontdekt, een inmiddels overleden Italiaanse auteur die met bijvoorbeeld De Gouden Bril en De Tuin van de Finzi-Contini's prachtige boeken heeft geschreven over het Italiaanse dorpje Ferrara tijdens het (opkomende) fascisme.

Wat doe je het liefst als je niet schrijft?

Ik voetbal graag en probeer minstens drie keer per week te sporten. Verder kijk ik het liefst dagelijks een film en probeer ik zoveel mogelijk romans te lezen.  

Welk advies zou je een beginnend schrijver meegeven?

Blijf schrijven, ook als de eerste weken, maanden of zelfs jaren niets opleveren. En, ook belangrijk: blijf lezen. Je moet altijd blijven kijken hoe anderen het doen, een personage introduceren, een verhaal opbouwen, een plot vormgeven. Auteurs die zeggen dat ze nooit lezen wantrouw ik.  

Wat brengt de toekomst voor Thomas Heerma van Voss?
Op de korte termijn: begin september verschijnt mijn nieuwe boek, de verhalenbundel De derde persoon. Voor daarna heb ik al enkele projecten in mijn hoofd, maar zolang die nog weinig concreet zijn lijkt het me onzinnig daarover te spreken.

Bibliografie:

2009     De allestafel (Augustus)
2013     Stern (Thomas Rap)
2014     De derde persoon (Thomas Rap)



















Comments

Stefan Popa (1989) is auteur en zelfstandig journalist van half Nederlandse en half Roemeense afkomst. Eerder schreef hij korte verhalen die overal, maar ook nergens werden gepubliceerd. Hij woont en werkt in Baarn. Verdwenen grenzen is zijn debuut. 
(bron www.stefanpopa.nl)

Interview met Jacob de Zoet, mei 2014

Wie ben je?

Wie ben ik? Dat is voor iedereen de grote vraag. Ik heb nog een paar jaar nodig om tot een overtuigend antwoord te komen. Ik ben allang blij dat ik inmiddels weet dat ik ben. Mag ik passen?

Sinds wanneer schrijf je? Was er een moment dat je dacht: nu ben ik een schrijver?

Sinds enkele jaren houd ik mij serieus bezig met het schrijven, aangemoedigd door mijn vriendin en literair agent. Aan Verdwenen grenzen, mijn debuutroman, heb ik drie jaar gewerkt. Denken, schrijven, herschrijven, meer schrijven, meer schrappen, lijmen. Daarvoor schreef ik ook al verhalen. Veelal korte stukken. Fictie, maar ook columns. Op zolder liggen romanpogingen die op niets zijn uitgedraaid. Jammerlijke pogingen en wankele manuscripten die desalniettemin waardevol zijn geweest om mij te vormen als auteur.

Dat ik termen als ‘schrijverschap’ en ‘auteur’ gebruik, is trouwens heel nieuw. Het voelt nog onwennig. Ik durfde mijzelf nooit schrijver te noemen. Daarvoor heb je een boekcontract nodig, dacht ik altijd. Toen mijn uitgeverij mij zo’n contract aanbood, zei ik: ‘Om schrijver te zijn, heb je een boek nodig’. Toen mijn roman was gedrukt en we het boek presenteerden in de boekhandel van Baarn, dacht ik: om auteur te zijn, moet je verkocht en gelezen worden. Allemaal onzin eigenlijk. Een schrijver schrijft, een auteur publiceert en een bestsellerauteur verkoopt. Ik ben een auteur, laat ik het maar eens hardop zeggen.

Schrijf je spontaan, op inspiratie, of hou je een strak ritme aan?

Een goed idee komt bij mij spontaan op. In bed, in de auto, op straat. Ik noteer de ingeving meteen in mijn notitieboekje, anders vergeet ik het. Op een idee broeden helpt bij mij niet. Niet direct in ieder geval. Het helpt natuurlijk wel om je brein aan het werk te zetten binnen een bepaald kader. Een idee is echter slechts het begin van een roman, verhaal of, in mindere mate, column. Daarna is het gewoon werk: ’s ochtends ga je zitten, om half één heb je pauze en eet je een broodje, eind van de middag is de werkdag voorbij en tussen de bedrijven door wens je vaak dat je iets anders zou kunnen doen.
Ik heb in ieder geval ritme nodig. Anders komt er niets van terecht. Niet voor niets leg ik mij een woordengrens op. Elke dag moet ik die grens halen, anders ben ik verdoemd.

Schrijf je alleen in het Nederlands, of ook bijvoorbeeld in het Roemeens of Engels?

Ik vind het al lastig genoeg om een goede roman af te leveren in het Nederlands. Ik bewonder mensen die in meerdere talen schrijven, maar dat is voor mij niet weggelegd, hoewel ik graag polyglot had willen worden.

Zijn er Roemeense auteurs waarvan je vindt dat ze absoluut in het Nederlands vertaald moeten worden, maar dat nu nog niet zijn? En andersom, uit het Nederlands?

Absoluut. Roemenië bruist van de verhalen. De literatuur aldaar is, mede door de vele onderdrukkingen, betrekkelijk jong, maar daardoor hebben de Roemeense letteren wel een indrukwekkende groeispurt meegemaakt. Het land heeft altijd graag naar West-Europa gekeken (lees: Frankrijk) en daarvan geprofiteerd. Meng dat met eeuwenoude volksverhalen en je hebt een onuitputtelijke bron van goede literatuur, vol klein gehouden verhalen gevuld met groot leed. Dat vind ik werkelijk prachtig.

Het verbaast mij dat de Roemenen de weg naar Nederland niet goed kunnen vinden – waaruit eens temeer blijkt dat onze vicepremier en Wilders ongelijk hebben gekregen wat betreft de lawine van Roemenen (en hun zuiderburen) die Nederland zou overspoelen. In onze boekhandels vind je alleen Mircea Cărtărescu (zwaar, maar zwaar indrukwekkend), Catalin Dorian Florescu, Norman Manea (met een beetje geluk in ieder geval) en natuurlijk Nobelprijswinnares Herta Müller (maar dat is vals spelen, want zij schrijft voornamelijk in het Duits). Enfin, Mihai Eminescu wordt beschouwd als de vader van de Roemeense letteren en is een held in heel Roemenië en Moldavië. Toch is er niets van hem te vinden in de Nederlandse boekhandels. Laten we bij hem beginnen.

Hoe is het om als jonge auteur te debuteren in Nederland? Valt er een last van je schouders als je boek eenmaal in de winkels ligt en je het in zekere zin los kunt laten?

Debuteren is lastig. Er komen weliswaar niet zoveel boeken uit als een paar jaar geleden, maar het is nog steeds moeilijk om een plekje in de winkels en om media-aandacht te krijgen. Bij mij is het balletje gaan rollen toen Jeroen Vullings een mooi stuk schreef over mijn roman in Vrij Nederland. Daar heb ik wel geluk mee gehad, als debutant. Niet veel later werd ik behandeld door het boekenpanel in De Wereld Draait Door. In beide gevallen stond mijn wereld even stil, kan ik bekennen. Ik had altijd gedacht dat ik onopgemerkt mijn debuut zou maken.

Wat zijn de belangrijkste boeken in je leven?

De komst van Joachim Stiller is er één. Als kind las ik veel en wilde ik kok óf schrijver worden, maar daarna nam mijn leeslust af. Puberteitpauze, zullen we maar zeggen. Druk met andere dingen. Bier en zo. Dankzij de literatuurlessen op de middelbare school heb ik Hubert Lampo’s klassieker gelezen. Sindsdien ben ik nooit meer gestopt met lezen en wist ik zeker: ooit wil ik zelf ook een roman schrijven. Dus laat niemand beweren dat literatuuronderwijs zinloos is. 

Welke hedendaagse schrijvers heb je hoog zitten?

Umberto Eco is ergens in de tachtig, maar wat mij betreft nog altijd hedendaags genoeg. Briljante man en hoewel zijn boeken mij onzeker maken over mijn eigen schrijverschap, lees ik hem graag. Eigenlijk gaan mijn voorkeuren alle kanten op: ik lees George R.R. Martin (van Game of Thrones) net zo graag als A.F.Th. van der Heijden of Campert of Grunberg of Verhulst. O, en trouw als ik ben: ik sla nooit een Tommy Wieringa over.

Hoe dichtbij komen je eigen boeken voor jou?

Ik ben altijd een beetje bang voor mensen die tegen mij zeggen: ‘Ik herken jou echt in dit personage’ – of erger nog: ‘Dit ben zó jij!’ Misschien juist omdat ze weleens gelijk kunnen hebben. Uiteindelijk heb ik het verhaal en de personages geschapen. Dat ontstaat ergens in mij, ik zet het zo goed als ik kan op papier en geef het door aan de lezer die er zelf eigen beelden bij maakt.

In Verdwenen grenzen zit wel iets meer van mij. Ik ben in Nederland geboren en opgegroeid, maar ik heb ook Roemeense roots. Dankzij mijn roman kon ik ongegeneerd wroeten in de Roemeense geschiedenis. Onbewust had ik dat heel erg nodig.

Voor welk boek - behalve dat van jou uiteraard - moeten we nu allemaal naar de winkel rennen?

De vernuftige edelman Don Quichot van La Mancha. Die roman is door Cervantes in de zeventiende eeuw geschreven. Ik heb nog lang niet alle romans gelezen die sinds het verschijnen van Don Quichot geschreven zijn, maar ik begin zo langzamerhand te vermoeden dat er sindsdien geen enkele roman is gedrukt die zich kan meten met het imposante verhaal en de heerlijke humor van Cervantes’ meesterwerk.

Wat doe je het liefst als je niet schrijft?

Lezen.

Wat brengt de toekomst voor Stefan Popa?

Dat is dus exact zo’n vraag waar ik mij zo zorgen over maak. Ik heb vandaag boek twee naar mijn agent gestuurd. Een dunner verhaal, letterlijk en figuurlijk. Dat was weleens lekker. Nu zit ik weer in de afwachtperiode. Kijken wat iedereen ervan vindt, of er mensen zijn die er wat van wíllen vinden. Ondertussen hoop ik dat ik Verdwenen grenzen nog een beetje onder de aandacht kan brengen. Toen ik eraan begon, had ik nooit gedacht dit ooit te zeggen: ik ben er eigenlijk heel erg trots op. Ik wil dat uitdragen.

Bibliografie:

2014     Verdwenen grenzen (Uitgeverij Link)





Comments

Mira Feticu (Breaza, 1973) debuteerde in 1993 in Roemenië met een dichtbundel, maar legde zich daarna toe op het schrijven van verhalen. In haar geboorteland werkte ze als radiomaker en publicist. Als een van de weinigen interviewde ze Herta Müller voor de radio toen er nog nauwelijks iemand in de latere Nobelprijswinnares was geïnteresseerd. Haar huwelijk bracht Mira Feticu naar Nederland, waar ze na een worsteling met het land en de taal in het Nederlands begon te schrijven. Op 18 april 2013 verscheen De ziekte van Kortjakje.
(bron www.mirafeticu.nl)

Interview met Jacob de Zoet, april 2014

Wie ben je?

De laatste jaren is het enige antwoord dat mij een soort rust geeft tijdens slapeloze nachten, dat ik de moeder van mijn dochter ben!

Sinds wanneer schrijf je? Was er een moment dat je dacht, nu ben ik een schrijver?

Je bent al schrijver voordat je je eerste boek publiceert. Waarom? Omdat jouw oog anders ziet dan andere ogen; omdat je een week lang op een zin blijft kauwen en je de obsessie hebt om een detail uit te werken tot een hele puzzel. Ik herinner me hoe geweldig ik me voelde in mijn studententijd toen mijn favoriete docent mij complimenteerde dat ik het oog van een schrijver heb.
Toen ik zeven jaar oud was, heeft mijn vader me een keer geholpen om een verhaal te schrijven over een konijn. Hij maakte er zo’n mooi verhaal van dat ik enorm jaloers op hem werd. Ik zag het konijn helemaal voor me. En dat doe ik nog steeds. Dat was het beslissende moment, waarop ik precies wist wat me te doen stond. Van het gesprek met mijn vader heb ik geen detail vergeten. Ik weet nog precies op welke stoel hij toen zat en waar hij mee bezig was; ook de kleur van de stoel, het moment van de dag, zijn blik en mijn emoties: ik wou ook zo mooi kunnen vertellen!
In Roemenië, bij het verschijnen van mijn tweede boek, wist ik dat ik nooit meer zou kunnen stoppen met schrijven. De wetenschap dat je door een klein verhaal de harten van zoveel mensen kunt bereiken, zoveel kracht in een zin kunt leggen, had me voorgoed veroverd. In een boek kun je zeggen wat je misschien nooit in het echt zou doen, maar wat wel in je hersenen speelt. En door te schrijven geef je een stem aan wie geen stem heeft of geen kans heeft om gehoord te worden.

Schrijf je spontaan, op inspiratie, of hou je een strak ritme aan?

Inspiratie is als een orgasme bij seks: altijd welkom, maar niet vereist. Schrijven is belangrijker dan wachten op inspiratie. Maar oefening baart kunst. En je hebt, inderdaad, goede dagen en slechte dagen bij het schrijven.

Schrijf je alleen nog maar in het Nederlands of ook in het Roemeens? Hoe is het om in een taal te schrijven die niet je moedertaal is?

Mijn eerste Nederlandse korte verhaal heb ik geschreven na het bijwonen van een lezing van Kader Abdolah. Ik heb toen tegen mezelf gezegd: wat hij kan, kan ik ook. Ik voelde toen, vijf jaar geleden, een enorme ontlading en in trance heb ik toen een kort verhaal vol seks en geweld geschreven, dankbaar voor elk Nederlands woord dat in mij opkwam. Ik had daarvoor al wel gedichten in het Nederlands geschreven, vrij snel na mijn komst hier, na drie jaar, met weinig woorden, haiku’s bijna, maar wel in het Nederlands. Achteraf beschouwd was het een overlevingsproces, denk ik, als je drie jaar nadat je een nieuwe taal begint te leren, in die taal gedichten gaat schrijven.
Mijn journalistieke werk (columns, artikelen) bevat geen enkel Roemeens woord en dat vind ik een heel interessant verschijnsel. Als journalist ben je direct verbonden met de werkelijkheid en ook de taal die ik gebruik, is de taal van die werkelijkheid. De hersenen zijn wonderlijk, ze leggen wel degelijk een verband tussen taal en geografie. Ik heb wel moeite om van taal te switchen; het gaat dus niet spontaan als ik het over mijn verleden heb, mijn verre (sic!) verleden in mijn geboortedorp. Alsof de taal een gps-signaal is, heeft de Nederlandse taal geen bereik in mijn dorp. Maar gaan schrijven in het Nederlands was een bewuste beslissing en ik weet nog steeds niet zeker of dat geen zelfmoord is. Immers, de taal waarin je schrijft verandert je. De werkelijkheid hier heeft een ander mens van mij gemaakt, samen met de taal.
Vanochtend kwam onze dochter ons, mijn man en mij, een bizar plaatje uit een tijdschrift laten zien, iets met een reuzenrad. ‘Oh, mijn God!’ zei ik in het Nederlands. ‘Doamne fereste!’ was de Roemeense reactie van mijn Nederlandse man. Dezelfde tekst, maar in verschillende talen. Een andere taal spreken dan je moedertaal is iedere dag is een heel interessant fenomeen.
Ik hoor mezelf weleens Nederlandse woorden in de mond van mijn 200% Roemeense moeder leggen, wanneer ik iets over haar vertel. Dat is dan zo ongeloofwaardig, in werkelijkheid kan ze alleen een net ‘nee’ zeggen, maar in mijn manier van denken anno 2014, in het Nederlands, kan het gewoon. Dat doet een nieuwe taal met je, hij verandert je werkelijkheid. Ik ben nieuwsgierig wat voor toekomst we zullen hebben, de Nederlandse taal en ik, want voorlopig wonen we samen, maar zijn we niet getrouwd.
Maar ik droom nog altijd dat ik een opdracht uit Roemenie krijg om een lang stuk in het Roemeens te schrijven.
Ik ben heel hard geweest met mezelf toen ik vijf jaar geleden een echtscheiding tussen mij en mijn taal aanvroeg, om verder te gaan met de Nederlandse taal. Niet dat de Nederlandse taal beter dan mijn Roemeense is, maar ik leef nu hier en ik citeer nu dus uit Couperus en niet meer uit Creanga. De journalist in mij heeft de taal gekozen, ik leef connected en ik wil mijn gedachten kunnen uitspreken in de taal die iedereen hier spreekt. Maar bidden doe ik in het Roemeens, als ik alleen ben. Vrijen doe ik in het Nederlands. Dromen in beide talen.
Ofwel: schrijven in een nieuwe taal is net een huwelijk: je werkt er iedere dag aan.

In welke taal lees je het liefst? Zijn er Roemeense auteurs waarvan je vindt dat ze absoluut in het Nederlands vertaald moeten worden, maar dat nu nog niet zijn? En andersom, uit het Nederlands?

Zeventig procent van wat ik lees, is in het Nederlands. De Nederlandse literatuur leerde ik al kennen in Roemenië. Al in Boekarest las ik, negen jaar geleden, Margriet de Moor, Leon de Winter, Cees Nooteboom.
Andersom, ja, zou ik zo graag willen dat iedereen hier in de Roemeense literatuur geïnteresseerd raakt. Maar dat zit er niet in, helaas, we gaan niet verder dan de stereotype Dracula, de skimmers, en ja, al is het niet iedereen, Ceaușescu. Ik vertel altijd met veel enthousiasme over de mooie cultuur die het Roemeense volk heeft en die het ook verdient om bekend te worden!
De laatste jaren in Roemenië was ik helemaal in de ban van gevangenisliteratuur en memoires, getuigenissen van dissidenten en politieke gevangenen. Mijn dorst is nog niet gelest, dat soort boeken zou ik graag in het Nederlands vertaald willen zien. Ik ben een groot fan geweest en gebleven van het Roemeense equivalent van wat hier de ‘Privé-Domein’-reeks heet. Doina Jela, Monica Lovinescu, Virgil Ierunca waren namen die ik negen jaar geleden las.

Wat zijn de belangrijkste boeken in je leven?

Op mijn werktafel liggen altijd Yourcenar, Gombrowicz, Borges. Alle drie hebben ze mijn leven veranderd, ik lees ze en herlees ze met het gevoel dat ik ze persoonlijk heb gekend. Het is voor mij plausibeler dat Gombrowicz morgen bij me op de koffie komt dan dat ik morgen de tram neem en een aardig gesprek met Wilders heb (hij woont niet ver bij mij vandaan, heb ik begrepen).
Lees de boeken van Yourcenar, wat een open geest! Lees haar interviews met Matthieu Galley, die zij gaf vlak voor haar dood! God moet heel trots op zichzelf zijn geweest nadat hij haar geschapen had! In een ander leven zou ik graag brood voor haar willen bakken en in een hoekje bescheiden naar haar zitten luisteren! De Yourcenar van haar laatste jaren draag ik voor altijd in mijn ziel: haar liefde voor de natuur, voor elk schepsel van God, haar liefde voor de armen, voor degenen die het NIET gemaakt hebben in het leven (een gevoel dat je in Nederland niet op alle straten tegenkomt).
Ik voelde me gemakkelijker in het leven nadat ik Gombrowicz heb leren kennen. Anders zijn, jezelf accepteren, geen doek over je tekortkomingen trekken, Anders, Anders, Anders durven te zijn! Zijn dagboek heb ik gelezen als een Bijbel. Ik heb gehallucineerd dat ik hem zag en sprak. Ik zou verbaasd zijn als we elkaar tegenkwamen en hij me niet herkennen zou! (Hij is allang dood, hoor, ik weet het.)
En Borges met zijn gedichten, korte verhalen en essays.

‘Ik heb de grootste van de zonden die er zijn
bedreven. Ik was niet gelukkig. Mogen
de gletsjers van het vergeten mij het ravijn
in sleuren, wissen, zonder mededogen.’

Wat kan er nog meer zijn?

Ik hou ook van Edward Said (‘Ontheemd’), Berberova, Malamud, Julia Kristeva, maar mijn eerste liefde is Homerus. Ik ken steeds minder verzen uit de ‘’Ilias’’ uit mijn hoofd (in het Roemeens), maar dat heeft alleen met mijn geheugen te maken. Mijn liefde voor hem is volledig intact en voor het leven.

Welke hedendaagse schrijvers heb je hoog zitten?

Ik lees met belangstelling Alain de Botton. Met een zekere jaloezie lees ik de werken van Marja Pruis, ooit wil ik een biografie schrijven zoals Marja Pruis heeft gedaan. Zij zou verplichte lectuur voor studenten moeten zijn en niet alleen voor studenten Letteren. Hoe zij haar ‘onderwerp’ van de biografie ziet, hoe zij hem terug naar het leven brengt! Haar boeken houden mijn enthousiasme voor de Nederlandse literatuur in leven, ze is een aanwinst op mijn lijst. Ik zou graag haar willen zijn om een biografie te kunnen schrijven over een Roemeense dichteres die na de Roemeense Revolutie zelfmoord pleegde.

Nog twee namen: Rascha Peper en Sanneke van Hassel.

Hoe dichtbij komen je eigen boeken voor jou?

Eenmaal gepubliceerd zijn ze niet meer van mij. Wel door mij geschreven, maar ter adoptie aan de lezer afgestaan. Daarom begrijp ik de vergelijking ‘dat een boek je kind is’ niet. Een boek is immers een product dat je aan vreemden geeft. Anderzijds blijven het mijn boeken, ze handelen over mijn eigen Roemenië en mijn eigen angsten en trauma’s, dromen en hopen. Ze blijven een deel van mij. Deels zijn ze ook autobiografisch, maar de vrouw in mijn boeken is niet dezelfde als degene die nu de woorden schrijft. Ik ben heel blij dat de boeken gelezen worden, ik ben elke lezer dankbaar, wie hij ook is. Van alle feedback die ik heb gekregen, heb ik nu twee reacties in mijn hoofd: iemand schreef me dat hij in zijn leven alleen de Bijbel en mijn boek ‘De ziekte van Kortjakje’ heeft gelezen. En een ander schreef dat hij het boek, na tot pagina 60 te zijn gekomen, na zoveel seks, bij het vuilnis heeft gegooid, maar dat hij van mij wel graag meer zou willen horen over mijn Roemenië. Een andere lezer, met wie ik intussen bevriend ben geraakt, vertelde me dat hij door ‘De ziekte van Kortjakje’ heeft begrepen hoe “grenzeloos en toch beheerst” ik eigenlijk ben. Dus je schrijft en publiceert een boek en door de lezer komt het boek steeds naar jou terug.

Voor welk boek, behalve die van jou, moeten we nu allemaal naar de winkel rennen?

Mooi dat je zegt ‘behalve die van jou’. Want ja, als je iets anders dan Dracula wil weten over Roemenië moet je mijn boeken lezen!
Ik zou altijd in de rij staan voor de volgende, naast natuurlijk Yourcenar, Gombrowicz, Borges: Ljoedmila Oelitskaja, Max Blecher, Ilf en Petrov, Ismail Kadare, Italo Calvino, Marina Tvetaeva, Flaubert, Berberova, Almudena Grandes.
Maar wie leest moet echt beginnen met Homerus, ik noemde hem al, met Dante en met het Gilgamesj-epos. Hoe kun je literatuur lezen als je geen Dante hebt gelezen?
De laatste jaren lees ik meer non-fictie dan fictie en ik herlees meer dan ik lees. Veel geschiedenis, psychologie. Mijn appetijt voor geschiedenis is weer een verworvenheid van de laatste jaren.

Wat doe je het liefst als je niet schrijft?

Alsof ik eerst schrijf en daarna leef. Nee, eerst leef ik, eerst vivere deinde philosophari: ik heb een dochter, man, hond, kat, mijn werk in de bieb. Maar als mijn man boos op me is, zegt hij weleens dat ik alleen maar aan het schrijven ben. Als ik dat hoor ben ik trots op mezelf, want ja, ik wil iedere dag kunnen schrijven. Dit is een droom, mijn droom: iedere dag twee uur schrijven! Maar om te kunnen schrijven moet je kunnen leven, anders maak je een origami met letters.
Ik heb lange gesprekken met mijn dochter van 11, laat de hond uit, luister hoe de eenden in het water springen, ik kook, ruim op, maak plannen, werk in de bieb, zit op de bank met mijn man wanneer ons dat lukt en ja, ik probeer iedere dag te schrijven, zeker 3-4 dagen per week!

Wat brengt de toekomst voor Mira Feticu?

Ik hoop: gezondheid om veel boeken te kunnen schrijven!
En… binnenkort rond ik mijn derde boek af!

Bibliografie:

2012     Lief kind van mij (De Geus)
2013     De ziekte van Kortjakje (De Geus)
2014     Nieuw boek gepland


















Comments
 

reading now


Categories