Het lukt mij zelden om een boek dat net is verschenen gelijk goed te vinden. Het werkt beter als ik de stapels nieuwe literatuur eerst een tijdje gadesla. Nieuwe romans verschijnen, waardoor andere plaats moeten maken. Soms verdwijnen boeken al na enkele weken uit het zicht; de aandacht verschuift snel, de concurrentie is moordend. Als ik na een tijdje nog steeds met een boek rondloop in mijn hoofd is dat een goed teken. Vaak is dat het moment dat ik tot lezen overga.
Bij een net verschenen boek is er nog geen kans geweest de kat uit de boom te kijken, daar moet je gewoon blind instappen. Voor Joost de Vries had ik dit echter graag over. Zijn debuut Clausewitz heb ik met veel plezier gelezen en zijn besprekingen in de Groene Amsterdammer volg ik al jaren. Toen ik zag dat hij één van de schrijvers was die mee zouden gaan doen aan het Das Magazin Festival was de keuze snel gemaakt. Zijn nieuwe boek De republiek was op dat moment nog niet verschenen, maar als deelnemer aan zijn leesclub tijdens het festival kreeg ik het boek toegestuurd de dag na publicatie; goed geregeld.
Je kunt zeggen dat De Vries zich te zeer beperkt tot een select lezerspubliek – jong en cultureel goed onderlegd – maar aangezien ik zelf tot die doelgroep behoor was dat geen enkel bezwaar. De republiek zit namelijk vol met verwijzingen naar met name populaire cultuur: films, muziek, tv-series; Harry Potter en Lord of the rings zijn nooit ver weg. De hoofdpersoon is een jonge onderzoeker in de Hitler Studies, geïnteresseerd in hoe Hitler in populaire cultuur voorkomt. Een willekeurige opmerking tegen deze Friso de Vos leidt tot een eindeloze stroom associaties. Als lezer zit je in Friso’s chaotische hoofd en volg je de gebeurtenissen op een hoog tempo. Zijn mentor is dood en dus denkt Friso dat hij de aangewezen persoon is om diens nalatenschap op zich te nemen. Hij wordt echter overtroefd door een onbekende, jonge Nederlander die hem de wind uit zeilen neemt. Friso raakt hier danig van over de kook en besluit op vreemde maar hilarische wijze zijn concurrent een hak te zetten. Dit levert een verhaal op waarin Hitler zelf goed is vertegenwoordigt, met een bezoekje aan een Chileen genaamd Hitler Lima, een geheime kelder bij een Weense antiqair gevuld met Nazi parifernalia en zelfs een optreden van het Rechterarmbevrijdingsfront.
Ik vond in De republiek veel stijl, maar helaas weinig inhoud. Uiteindelijk blijft er niet veel meer over dan De Vries’ ironie die, toegegeven, voor een zeer vermakelijk boek zorgt dat echter niet voldoende blijft hangen (ditzelfde had ik overigens met Don Delillo's White noise, waar De Vries één van zijn motto's aan ontleent). Die ironie is naast een middel ook een doel op zichzelf. De Vries maakt hier een duidelijk punt mee, dat begrijp ik. Toch wil ik meer dat dat, meer diepgang, meer contrast. Ik weet zeker dat we Joost de Vries over tien jaar nog zullen lezen, maar als hij wil dat dat over 25 jaar nog steeds zo is moet hij nog een stap verder. Hij heeft het zeker in zich, dus kom maar op met dat derde boek!

P.S. Ik heb de neiging eindeloos te citeren uit dit boek, dus hier twee citaten die De Vries’ vermakelijke, ironische stijl typeren:

- ‘Of hij nu over Freud sprak of over Hitlerian Revenge Plays (een genre dat hij volgens mij verzonnen had), hoe vaak hij ook voor een zaal stond, altijd leek hij zenuwachtig, met zweetplekken die als schotwonden onder zijn oksel opbloeiden. Sowieso zat hij erbij als Jabba the Hut, 250 pond afgekeurd vlees, zijn hoofd, zijn ogen, zijn armen, zijn handen waren groot, zijn buik en schouders kolossaal, er zat genoeg katoen in zijn overhemd voor een dekbedovertrek. Ik overdrijf.’ (p. 10, 11)

- ‘De meest gesproken zin in films is altijd ‘Let’s get outta here’, het meest gebruikte sfeerbeeld in literatuur schijnt ‘Ergens in de verte blafte een hond’ te zijn, of iets dergelijks. Ik keek naar mijn voetstappen en telde hoe lang het duurde voordat de verse aanwas sneeuwvlokken mijn voetsporen uitwiste – ook zo’n populair beeld in fictie, makkelijke symboliek, geschiedenis die wordt uitgewist.’ (p. 232)

26 Mei 2013

Prometheus, 2013

 




Comments

Ik ken Joost de Vries als een jonge, getalenteerde recensent bij De Groene Amsterdammer. Door zijn stukken hoorde ik bijvoorbeeld voor het eerst van ene Haruki Murakami. Ik was dus benieuwd naar zijn debuut als romanschrijver. Clausewitz stemde mij zeer vrolijk. Het is een speels boek, met een interessant gebruik van het zogenaamde Droste-effect: het gaat namelijk over een jonge wetenschapper die probeert te schrijven over een obscure Duitse schrijver, die weer schreef over... etcetera. Er volgt een literaire zoektocht die me vaak deed denken aan Possession van A.S. Byatt. Net als in dat boek creeërt De Vries een goede balans tussen de spanning van de zoektocht en de diepere vragen over schrijverschap en authenticiteit die ondertussen gesteld worden. Het hoogtepunt is wat mij betreft het bizar gruwelijke korte verhaal van bovengenoemde obscure Duitse schrijver dat midden in het boek is afgedrukt. Dus laat het hiermee duidelijk zijn: Joost de Vries heeft met Clausewitz een geslaagd debuut afgeleverd.

26 September 2010

Prometheus, 2010


Comments
 

reading now


Categories