In De heilige van de berg Koya vertelt een rondreizende monnik over een van zijn reizen door Japan. Hij was toen nog een jonge monnik en moest een lange, eenzame weg door de bergen afleggen. Natuurlijke obstakels komen op zijn pad, zoals slangen, bloedzuigers en een vreselijke hitte, maar ook menselijke belemmeringen. Uitgeput klopt de monnik aan bij een verlaten berghut, voor onderdak en de mogelijkheid zich te verfrissen. Een wonderschone vrouw ontvangt hem en leidt hem naar een verfrissende bergbeek. De vrouw begint hem te verleiden. Hiertegen is de monnik maar amper bestand en het kost hem de grootste moeite zich van de charmes van deze vrouw los te rukken. Achteraf hoort hij wat voor lot hem bespaard is gebleven.
Kyoka Izumi schreef deze novelle in het jaar 1900, maar het verhaal zou ook duizend of tweeduizend jaar daarvoor kunnen spelen. Afgezien van een verwijzing naar een trein is dit een tijdloos, mythisch Japan. Het boek leest eigenlijk als een sprookje. De episode bij de verleidelijke vrouw doet denken aan Odysseus bij de tovenares Circe. Izumi schrijft alles op in korte, eenvoudige hoofdstukjes, maar geeft zijn verhaal tegelijkertijd een bovennatuurlijke draai. Met De heilige van de berg Koya transporteert hij de lezer voor even naar een mythische wereld. Ook de moderne Japanner anno 1900 zal daar behoefte aan hebben gehad.
Dit boek is de laatste uitgave van Coppens & Frenks, uitgever van mooie literaire werken voor fijnproevers. Bedankt daarvoor.

17 Maart 2014

Coppens & Frenks, 2013
Oorspronkelijke titel Koya hijiri, 1900
Vertaald uit het Japans door Jos Vos





Comments
 

reading now


Categories