Ian McEwan’s Atonement ends with an unlikely scene: Cecilia and Robbie live together in a small London apartment. They have both survived the war and have found each other once more. A happy-ever-after you know cannot be true after what you’ve read previously. But it is possible, if only...

In Life after life Kate Atkinson constructs a whole book around this question, what if? What if we were sometimes given a second chance? Would we do things differently or make the same mistakes all over again? This is an interesting philosophical question, but difficult to base an entire novel on. Kate Atkinson has taken up this challenge nonetheless and succeeded admirably. Life after life is a smart and highly entertaining book. How did she do that?

To start with, Atkinson seems to have the careless, come-what-may attitude needed to even start such a novel. Her character Ursula can die and come back to life, simple as that. She can’t just step back on stage and rejoin the previous scene though, she needs to start all over again as a baby. The thing is, she doesn’t know this herself! She grows up once again, with only a vague, ghost-like sense of her previous, parallel life. Sometimes when Ursula comes into a dangerous situation she gets a premonition, a strong intuitive feeling that danger lies ahead and she should take an alternative road. She can’t explain these premonitions, but she learns to listen to them. If she can positively affect her own future, perhaps she can do so for others as well?

The story is, inevitably I suppose, not told in chronological order. We follow Ursula from her birth in 1910 until the end of the Second World War, but the years in between get a little tossed around. Her childhood on the English countryside is the base, the place to which we always return. The things that happen in the 1920’s, 1930’s and 1940’s are less certain and depend on Ursula’s choices. Sometimes she rescues people from bombed houses during the London Blitz, sometimes she is among the unexpecting residents being bombed themselves. She may get married at a young age, but she may also choose the career of a smart, unmarried civil servant.

Different choices, different lives. I really like the playful way in which Atkinson shows our destinies are not fixed. One tiny difference can alter the course of your entire life. What people you become friends with, who you fall in love with, where you will live, work or even fight; everything is possible. Even though we will all only lead our one life, those choices are there. There are thousands of parallel lives running around you, all potentially you, but only one will actually be you. Of course, this is not a groundbreaking insight, but reading Life after life made me realize it and that’s a marvellous thing.

Does this all sound like an overly complex, weirdly fantastical book? It is definitely not. My explanation of Life after life may be; this is a difficult book to write about, but not to read. Atkinson is a prime example of brisk British writing: crisp, snappy sentences, witty asides and a desire to, above all, entertain. No fuss, just a good book. Don’t we all love that?

Incidentally, I came across Life after life more or less by accident. Started reading and didn’t want to stop. This version of me will certainly try and look out for more Kate Atkinsons in the future.

15 September 2014

Doubleday, 2013
475 pages

Comments (2)

(Zomerlezen 4)

We zijn weer in eigen land, maar de vakantie gaat door. Op het eigen terras leest het ook beter dan op een plein in Lissabon. Bovendien speelt het volgende zomerleesboek zich voor het grootste deel af in Toscane, waar mijn voortkabbelende vakantiegevoel zich al gauw thuisvoelt. Een kamer in Rome is een literaire speurdersroman, een beetje in het straatje van Joost de Vries en Valeria Luiselli, maar minder modern en zelfbewust ironisch. Sipko Melissen lijkt iets minder bezig te zijn met vorm; hij wil zijn lezers uitdagen met de inhoud van zijn boek.

Een Nederlandse student Literatuurwetenschap krijgt een novelle in handen van een onbekende schrijver. Het boek is 25 jaar daarvoor in eigen beheer uitgegeven en onopgemerkt gebleven. De schrijver blijkt een Nederlandse kunstenaar die sinds lange tijd in Italië woont. De student besluit de schrijver te gaan zoeken in Italië en hem, indien mogelijk, te proberen over te halen de novelle te herdrukken. Hij is ervan overtuigd dat dit kleine meesterwerk een groter publiek verdient.

Kortom, alle ingrediënten voor een literaire zoektocht zijn aanwezig: obscure schrijver, een onbekende maar briljante tekst, een idealistische jonge speurder, een romantische Toscaanse locatie. Daarbij worden er interessante parallellen getrokken met andere schrijvers die ooit zijn uitgeweken naar het buitenland: Nabokov, Joyce en Oscar Wilde. De belangrijkste exil-schrijver in Een kamer in Rome is naar alle waarschijnlijkheid John Keats, de Engelse Romantische dichter die op 25-jarige leeftijd aan tuberculose stierf in Rome. Bij leven onbekend, maar na zijn dood een van de meestgevierde Engelse dichters ooit. Keats belichaamt veel van de belangrijkste thema’s in het boek: gebrek aan erkenning in het thuisland, exil, ziekte, de zoektocht naar schoonheid, de liefde voor Italië en al dan niet onderdrukte homoseksualiteit.

Een kamer in Rome
is niet het soort boek waarin alles op het eind perfect samenkomt en duidelijk wordt. De lezer én de jonge hoofdpersoon blijven met flink wat vragen zitten. De student - die overigens in veel interesses overeenkomt met mijzelf - is met name veel over zichzelf te weten gekomen en heeft zijn ontluikende schrijfambities weten te omarmen. Wij hebben een rijk verhaal te lezen gekregen, dat door de vele verwijzingen naar literatuur en schrijvers, Melissens prettige stijl én de Italiaanse achtergrond uitermate geschikt is als zomerboek. Herlees John Keats’ “Ode on a Grecian Urn” nog eens en laat het vakantiegevoel nog even voortduren.

Thou still unravish'd bride of quietness,
    Thou foster-child of silence and slow time,
Sylvan historian, who canst thus express
    A flowery tale more sweetly than our rhyme:
What leaf-fring'd legend haunt about thy shape
    Of deities or mortals, or of both,
        In Tempe or the dales of Arcady?
    What men or gods are these?  What maidens loth?
What mad pursuit?  What struggle to escape?
        What pipes and timbrels?  What wild ecstasy?

Heard melodies are sweet, but those unheard
    Are sweeter: therefore, ye soft pipes, play on;
Not to the sensual ear, but, more endear'd,
    Pipe to the spirit ditties of no tone:
Fair youth, beneath the trees, thou canst not leave
    Thy song, nor ever can those trees be bare;
        Bold lover, never, never canst thou kiss,
Though winning near the goal - yet, do not grieve;
        She cannot fade, though thou hast not thy bliss,
    For ever wilt thou love, and she be fair!

Ah, happy, happy boughs! that cannot shed
    Your leaves, nor ever bid the spring adieu;
And, happy melodist, unwearied,
    For ever piping songs for ever new;
More happy love! more happy, happy love!
    For ever warm and still to be enjoy'd,
        For ever panting, and for ever young;
All breathing human passion far above,
    That leaves a heart high-sorrowful and cloy'd,
        A burning forehead, and a parching tongue.

Who are these coming to the sacrifice?
    To what green altar, O mysterious priest,
Lead'st thou that heifer lowing at the skies,
    And all her silken flanks with garlands drest?
What little town by river or sea shore,
    Or mountain-built with peaceful citadel,
        Is emptied of this folk, this pious morn?
And, little town, thy streets for evermore
    Will silent be; and not a soul to tell
        Why thou art desolate, can e'er return.

O Attic shape!  Fair attitude! with brede
    Of marble men and maidens overwrought,
With forest branches and the trodden weed;
    Thou, silent form, dost tease us out of thought
As doth eternity: Cold Pastoral!
    When old age shall this generation waste,
        Thou shalt remain, in midst of other woe
    Than ours, a friend to man, to whom thou say'st,
"Beauty is truth, truth beauty," - that is all
        Ye know on earth, and all ye need to know. (1819)

27 Juli 2014

Van Oorschot, 2013
Oorspronkelijk verschenen in 2012
264 pagina's


Als Los Angeles de stad van de engelen is, moet New York de stad van de spoken zijn. De gewichtlozen, het nieuwe boek van Valeria Luiselli, zou je een literaire spokenroman kunnen noemen. Met dien verstande dat het hier om literaire spoken gaat, de geesten van de vele schrijvers die ooit in New York gewoond hebben.

Een jonge redactice bij een kleine uitgeverij is op zoek naar verborgen literaire parels, vergeten schrijvers waar lezers van nu belangstelling voor zouden kunnen hebben. Ze stuit op een Mexicaanse dichter die in de jaren ’20 van de vorige eeuw naar New York kwam, geïnspireerd door beroemde Amerikaanse dichters als Ezra Pound, Emily Dickinson en William Carlos Williams. De redactrice raakt meer en meer door deze Mexicaanse dichter geobsedeerd. Ze voelt zijn aanwezigheid op een oude zolderkamer en ziet zijn gezicht in een langsrijdende metro.
De structuur van De gewichtlozen houdt gelijke tred met haar obsessie. Gaat het in het begin steevast over haar – zowel jong en zoekend als iets ouder, het schrijven combinerend met de zorg voor haar gezin – in de tweede helft van het boek verschuift het perspectief steeds meer naar hem. Een structuur als een zandloper.

Een zandloper is trouwens ook een mooie metafoor voor Luiselli’s manier van schrijven. Ze daagt je uit haar verhaal om te draaien, keer op keer, zodat je steeds wat anders ziet. Ga op zoek naar de vele verwijzingen (de leukste vond ik die over de excentrieke gebroeders Collyer waarover ik eerder las in Homer & Langley van E.L. Doctorow) en kijk over haar schouder mee terwijl zij het verhaal schrijft. Net als haar andere boek Valse papieren zit De gewichtlozen minitieus in elkaar, maar leest het tegelijkertijd losjes doordat het uit korte stukken bestaat.

Literatuur is niet alleen wat je leest, maar ook waaróver je leest bij deze schrijfster. Schrijvers uit het verleden vormen de voedingsbodem voor schrijvers van nu. Als je goed kijkt kun je soms een glimp van hun aanwezigheid opvangen. In de mensenmassa op een ondergronds perron bijvoorbeeld, zoals Ezra Pound ooit:

            The apparition of these faces in the crowd;
            Petals on a wet, black bough. (p. 26)

30 April 2014


Uitgeverij Karaat, 2014
Oorspronkelijke titel Los ingrávidos, 2011
Vertaald uit het Spaans door Merijn Verhulst
189 pagina's


Het moet een twijfelachtige eer zijn, om gevraagd te worden het Boekenweekgeschenk te schrijven. Natuurlijk, je naam ligt een tijdlang op ieders lippen, het hele land leest jouw boek – of heeft het in ieder geval ter hand genomen om gratis met de trein te kunnen reizen - en je bent eregast op het Boekenbal. En dan? Met een beetje geluk blijf jij zelf nog wel in de aandacht, maar je kan er zeker van zijn dat het door jou geschreven Geschenk snel in de vergetelheid raakt. Behalve het oer-Boekenweekgeschenk Oeroeg en wellicht De vierde man van Gerard Reve is voor deze boeken geen plek in onze herinnering.

Hoewel dit zelden onterecht is, moeten we voor Cees Nootebooms Het volgende verhaal een uitzondering maken. Of Nooteboom dit meesterwerkje al had klaarliggen, of dat hij dit in een geval van perfecte timing zomaar wist neer te schrijven, speciaal voor de Boekenweek, we zullen het nooit weten. In elk geval is Het volgende verhaal een uitzonderlijk goede novelle, voor een Boekenweekgeschenk, maar ook los daarvan.
Soms denk ik dat het schrijven van een goede novelle nog moeilijker is dan een goede roman. Woorden wegen zwaarder, simpelweg omdat er minder van instaan, en dus moet elk woord perfect gekozen zijn.

Het volgende verhaal is filosofisch van insteek – tijd, herinnering, identiteit, de dood, serieuze onderwerpen allen – maar weet de lezer toch te fascineren met zijn hoofdpersoon. Deze man is een denker, een twijfelaar, die de kluts kwijt is. Als het verhaal begint weet hij even helemaal niks meer, zelfs of hij nog leeft is onzeker. In gelijk tempo met de lezer vindt hij zichzelf beetje voor beetje terug en beginnen er dingen te dagen. Het zou zonde zijn hier veel van prijs te geven, maar ik kan wel zeggen dat dit zo’n boek is waarin je na afloop gelijk weer opnieuw wilt beginnen, om te zien of je het nu anders leest. Een boek om te herlezen, kortom.

Achterin mijn uitgave van Het volgende verhaal zijn een aantal internationale omslagen van het boek afgedrukt. Wereldwijd is het zeer lovend ontvangen, met name in Duitsland, waar literatuurpaus Marcel Reich-Ranicki het boek gelijk bombardeerde tot boek van het jaar. Het is niet moeilijk om te zien dat Nooteboom in het buitenland meer lof krijgt toegezwaaid dat in zijn eigen land; onterecht zou ik zeggen. Bij dezen heeft hij er een Nederlandse fan bij.

De Bezige Bij, 2011
Oorspronkelijk verschenen 1991


A strange cat, this J.D. Salinger. Notorious recluse and author of a small, but highly acclaimed body of work. Perpetually famous for, of course, The catcher in the rye, his only novel. Slightly less known, but at least as good, is his short story collection Nine stories. Then there’s two other books that each hold two novellas. Franny and Zooey I’ve yet to read and plan to soon. Darkest horse among them though is the duo Raise high the roof beam, carpenters and Seymour an introduction.
Salinger often writes about the Glass family, especially the seven Glass children. Raise high the roof beam, carpenters and Seymour an introduction are about the eldest two: Buddy, who is the narrator, and Seymour - who you might remember from that brilliant story ‘A perfect day for bananafish’.
Raise high the roof beam, carpenters is about Seymour’s wedding day. The night before the wedding Seymour gets cold feet and goes to see his sweetheart to call everything off. The next day Buddy finds himself at the reception, unaware of anything and surrounded by friends and family of the bride. He is the only representative of the groom, who turns out to have disappeared. The part where Buddy has to share a taxi with the fuming ‘Matron of Honor’ and her husband, afraid to confess that he is in fact the brother of the awful groom is superb. Salinger masterfully portrays Buddy’s confusion, but especially that overbearing, frustrated ‘Matron of Honor’, who seems only able to utter acid remarks like ‘I’d like to get my hands on him for about two minutes. Just two minutes, that’s all.’ (p. 19) Spot on, the way Salinger makes people speak who think they’re something.
Confusingly enough, the second part of the book, Seymour an introduction, is a total failure. I would actually recommend skipping it. Buddy is set to write a book about his older brother Seymour, but instead writes an introduction that never ends. I was constantly wondering when he is going to get to the point, but there is no point. The text is an endless, all-over-the-place, occasionally funny monologue, mostly consisting of asides to asides and remarks between brackets, resulting in an unfocused and quite boring mishmash.
An intriguing book: very good and very bad simultaneously. Fitting for a writer you can’t put your finger on. By now I’ve read three quarters of Salinger’s work, only Franny and Zooey remains. But who knows how many as yet unpublished works might still see the light of day? Salinger himself cannot guard them anymore.

27 April 2013

Little, Brown and Company, 1991
Originally published 1963


(Oorspronkelijk gelezen 29 februari 2012)
Briljante titel,
Himmler's hersens heten Heydrich. Toen dit boek voor het eerst in vertaling uitkwam dacht ik meteen 'Wat is dit nou?' Een vreemd, paarsgekleurd omslag, maar ook gelijk herkenbaar: de Karelsbrug in Praag. Als mensen me vragen 'Wat vond je zo goed aan dat HhhH?' sta ik altijd een beetje te hakkelen. Stel je zegt, het gaat over de moord op nazikopstuk Heydrich in Praag, afgewisseld met aantekeningen van schrijver Laurent Binet zelf over zijn onderzoek, klinkt dat weinig enthousiasmerend voor velen.
Je moet het gewoon gelezen hebben. Ik begon er zelf ook aan vol verwachtingen én scepsis en was meteen geboeid door Binet's verhaal. Superkorte hoofdstukjes, steeds afwisselend tussen het Heydrich moordaanslag-verhaal en Binet's eigen worstelingen met het schrijven van het boek. Het ene maakt het boek tot een thriller en het andere zou het geheel tot een postmoderne truc kunnen maken, maar dit werkte voor mij juist uitstekend. Praag in oorlogstijd, de rise and fall van het blonde beest Reinhard Heydrich en een ploeterende jonge schrijver; what's not to like?

NB. Op basis van één van Binet's hoofdstukjes werd het vijftig jaar oude boek Mendelssohn op het dak van de Tsjechische schrijver Jiři Weil opeens ook een hit. Mooi is dat. Wellicht hier binnenkort meer over dat boek.

4 December 2012

Meulenhoff, 2011
Oorspronkelijke titel HHhH, 2010
Vertaald door Liesbeth van Nes


I'm struggling with this book. It certainly was a struggle to finish, but afterwards I'm still not sure what to think of it. Stasiuk can write, that's for sure, only for some reason he chooses to write two good pages and then becomes unintelligible for another ten. I like it when he gives quotations, by writers such as Cioran, Kiš or Esterhazy. I like his decriptions of small backwater villages in Slovakia, Albania, Romania; it makes me want to drive there too. But he can have awfully dense philosophic passages that blur in front of my eyes. It almost seems he wants to push his readers away, keeping his thoughts to himself. Maybe this book wasn't meant to be published and he did write this as a personal notebook. Or maybe he refused to write a more conventional travel book and wanted to make a point like 'finding meaning in a text is pointless and irrelevant, just like finding meaning in the things I encountered on my travels is; therefore, I shall make my book as vague as possible to mirror this experience.' The text mimicks reality and all that. I don't know. Unlogically as it may seem, I am rather intrigued by this Stasiuk and will read another of his books in the near future, when possible.

27 August 2012

Vintage, 2012
Original title Jadąc do Babadag, 2004
Translated from the Polish by Michael Kandel


Dit is een boek dat Michaël Zeeman zou hebben bejubeld. Een boek over verleden en herinnering. Persoonlijke herinneringen in eerste instantie, maar later meer en meer gedeelde herinneringen die uiteindelijk alles in zich bevatten: de hoofdpersoon, zijn familie, zijn land, de wereld. Hierdoor is De Wetenden bovenal een oneindig boek, een eindeloos Droste-effect. Het begint eenvoudig genoeg, met de jonge schrijver Mircea die uitkijkt over het nachtelijke Boekarest. Maar al gauw val je via zijn mijmeringen door het ene gat na het andere, steeds dieper zijn herinneringen in. Dat het daarbij juist om dat vallen gaat en niet om de landing lijkt de enige logische conclusie die je uit dit boek kunt trekken. Zoek vooral niet naar de antwoorden, maar geniet van de vele mooie beelden en groteske visioenen die Cărtărescu je voorschotelt. En bedenk daarbij dat hij dit waanzinnige boek stiekem gewoon in de Watergraafsmeer schreef, tijdens zijn verblijf als gastdocent aan de UvA (zie interview in de Volkskrant 12 juni). “Uit de glinstering van de straal, niet langer dan een nanoseconde, was zo plotseling de stad Amsterdam verschenen, met elk van zijn vierduizend Vlaamse huizen, waarvan de statige gevels weerspiegeld werden in de grachten, die net als de kanalen van het binnenoor een halve cirkel vormden” (p. 439). En dan nu voor een verfrissende duik in het zwembad.

18 Juni 2010

De Bezige Bij, 2010
Oorspronkelijke titel Orbitor. Aripa Stângă, 2007
Vertaald uit het Roemeens door Jan Willem Bos

(citește în română)


The first of my New York books I read. Took me a while, as I started reading other things after finishing each section. But it was worth it, this slow going, to savour the quality of this unique book. The style is seemingly easy, but spot-on and switches from fast-paced detective to the philosophical/essayistic and the more easy-going narrative of the anecdote. A nice mixture. I liked the fact that Auster entices you all the way towards the end of his stories. You want to know the truth, the final meaning and, bang, there happens to be none. Just like the characters themselves the search for meaning is thwarted and shown to be useless. This is frustrating and stimulating at the same time. Has me thinking of other Austers to read, as well as a number of classics he refers to.

4 November 2009

Penguin Classics, 2006

Originally published as a trilogy 1990


Nog een Linnaeus read en deze keer echt something completely different. Een soort combinatie tussen The Waves en Markies de Sade, over een groep pubers die elkaar en anderen van alles aandoen, ogenschijnlijk tegen de verveling, maar ook uit een soort verslaving de grens opzoeken. Mooi afstandelijk beschreven, zodat je merkt dat je er vanzelf bijna in meegaat, wat zeker een verdienste van Peeters is. Dus, hoewel sommige scènes echt best shocking zijn, is eigenlijk het engste dat het allemaal (bijna) voor te stellen is. Op GSM opgenomen en wel.

5 Mei 2009

Podium, 2009


reading now