Begin vorige maand was ik bij de presentatie van het boek Schrijvers op reis, een zomerse verzamelbundel in de reeks Privé-domein. De uitgever hield een praatje, enkele auteurs lazen voor uit hun bijdrage, waarbij de performers onder hen, Christoph Vekeman en Atte Jongstra, de show stalen. Dit wil overigens niet zeggen dat zij de beste stukken geschreven hebben, slechts dat voorlezen een kunst is die lang niet alle schrijvers verstaan. Geen spectaculaire bijeenkomst, maar wel een gemoedelijke en, zoals het een gerenommeerd uitgeefhuis betaamd, op een mooie plek aan de gracht. Waar ik al stiekem op hoopte, geschiedde: exemplaren van het boek werden gul uitgedeeld na afloop. Uiteraard lees je zo’n boek vervolgens.

Schrijvers op reis
bestaat uit korte stukken van levende Nederlandse auteurs. Zij schrijven over hun eerste, mooiste of vreselijkste reis, soms in Nederland, soms ver weg. Reisongemak voert de boventoon. Van de meeste van deze schrijvers had ik nog nooit iets gelezen, dus dit vormde een interessante kennismaking. De beste stukken zal ik kort toelichten.

- Onno Blom. ‘Niemandsdorp’
Leuk stukje over een bezoek aan Gerrit Komrij en diens partner in Portugal. Komrij is zo’n auteur die je veel tegenkomt op andere literatuurwebsites, maar die ik nog moet ontdekken. Een goede aanleiding.
-Ad ten Bosch. ‘Venetiës’
In Venetië met Christiaan Weijts, die over dezelfde reis schrijft. Bekende Venetië-namen als Mulisch, Brodsky en Casanova worden genoemd, plus een verwijzing naar Valeria Luiselli, wat natuurlijk ook mooi is.
-Eva Gerlach. ‘De eerste reis’
Misschien wel het beste verhaal, over emigratie naar Suriname toen Gerlach nog klein was. Dromerig, associatief, mooi. Lijkt me een aanzet tot een groter verhaal.
-Ronald Giphart. ‘Onmogelijke sprongen in een mogelijk gebied’
Goed stuk over geboorte, ziekte en sterfte van kinderen. Via Jeroen Brouwers en Martin Bril naar Gipharts eigen kinderverhalen.
-A.F.Th. van der Heijden. ‘De gebroken pagaai’
Fragment uit een vroeg werk, over een logeerpartij bij grootouders in Amsterdam. Markante, volkse mensen, perfect geobserveerd.
-Arthur Japin. ‘Magonia’
Heel lang geleden dat ik De zwarte met het witte hart las. Japin schrijft wel mooi, over de dood van een vader terwijl moeder en zoon op vakantie zijn in Londen.
-Atte Jongstra. ‘Speedwell cavern. Reisadvies: negatief’
Jongstra las de opening hiervan voor, zeer vermakelijk. Wel meteen het beste stuk van het verhaal, daarna wordt het wat vaag.
-Pauline Slot. ‘Drie huizen’
Bezoek aan de huizen van Vita Sackville-West, Virginia Woolf en haar zus Vanessa. Het huis van de laatste, Charleston, is de locatie van het mooie jeugdboek Soldaten huilen niet van Rindert Kromhout.
-Christoph Vekeman. ‘Monschau’
Het Buitenland voor de eerste keer. Leuk om het na Vekemans geslaagde performance zelf te lezen.
-Christaan Weijts. ‘Zoveel lelijke mensen, in zo’n mooie stad’
Dezelfde reis als Ad ten Bosch. Twee intellectuele Nederlanders kijken neer op het plebs dat en masse Venetië bezichtigt. Zij zijn natuurlijk geen toeristen, wel snobs. Overigens best een vermakelijk stuk, moet ik toegeven. Misschien dat ik Weijts toch eens een kans moet geven.
-Joost Zwagerman
Een zomerbaantje in Bergen aan Zee, uit Zwagermans essaybundel Transito. Ik hou wel van zijn schrijfstijl en de manier waarop hij humor en diepgang weet te combineren.

9 Augustus 2013

De Arbeiderspers, 2013










Comments
 

reading now


Categories