Jaap Scholten - Kameraad baron

(oorspronkelijk gelezen 26-10-2011) (citește în română)

Naar aanleiding van Kameraad baron hebben we in september 2012 een reis door Transsylvanië gemaakt, met de auto. We bezochten enkele plaatsen die Jaap Scholten ook aandoet in zijn boek. Maar hoe kom je na het lezen van een boek tot een daadwerkelijke reis?
In het begin moest ik nogal wennen aan het onderwerp. “Een reis door de verdwijnende wereld van de Transsylvaanse aristocratie”, zoals de ondertitel luidt, deed mijn hart niet onmiddelijk sneller kloppen. Ik kreeg pas zin om het boek te lezen toen Jaap Scholten, samen met Ernest van der Kwast, een avond verzorgde onder de naam Baron Tandoori (Tandoori naar het boek van Van der Kwast, Mama Tandoori). L., die er ook bij was die avond, raakte enthousiast, kocht Kameraad baron en wist onmiddelijk een mooie opdracht door Jaap Scholten te versieren. Zij las het en spoorde mij aan hetzelfde te doen.
Kameraad baron behandelt drie periodes uit de geschiedenis van de Transsylvaanse aristocratie: voor, tijdens en na het communisme. De scheidslijn valt op 3 maart 1949, als in één nacht alle grootgrondbezitters door de communisten worden opgepakt, hun land wordt onteigend en ze een verplichte huisvesting krijgen. Scholten spreekt vele leden van de voormalige Transsylvaanse adel; mensen die 1949 zelf nog hebben meegemaakt en hun nakomelingen. Via de oudste overlevenden hoort hij hoe hun leven was voor de oorlog en de komst van de communisten. Transsylvanië viel na de Eerste Wereldoorlog toe aan Roemenië, maar de aristocratie was nog grotendeels van Hongaarse origine. Zij leefden in weelde, in paleizen en landhuizen, en stonden in hoog aanzien bij de lokale bevolking. Door de Tweede Wereldoorlog was hier al weinig meer van over; velen probeerden te vluchten voor de oprukkende Russen. Maar na die nacht in 1949 was alles voorgoed voorbij. Ieder die van adel was en dus tot de staatsvijandige grootgrondbezitters werd gerekend door de communisten kreeg een Domiciliu Obligatoriu toegewezen, een verplichte verblijfplaats waar zij niet vandaan mochten en zich elke ochtend moesten melden. Sommigen werden elders tewerkgesteld, zoals bij het beruchte Donau-Zwarte Zeekanaal, maar de meesten verbleven onder erbarmelijke omstandigheden in enkele steden in Transsylvanië. Vaak in een vochtige kelder met het hele gezin, terwijl ze voor bijna geen enkel werk meer in aanmerking konden komen.
Scholten spreekt een aantal overlevenden van deze periode – eigenlijk alleen nog maar vrouwen, de mannen zijn veelal in werkkampen omgekomen – in de steden Cluj en Târgu Mureş. Ook bezoekt hij enkele voormalige familiebezittingen, landgoederen en huizen. Sommigen proberen hun familiegrond weer terug te claimen van de Roemeense staat, of in elk geval het familiehuis, voor zover dat nog overeind staat. Het zal niemand verbazen dat dit zeer lastig is. Vele zaken lopen al jaren, maar meestal zonder succes.
Dit alles maakt Kameraad baron tot een weemoedig boek, waarin nostalgie naar een verloren tijd wordt afgewisseld met cynisme over de huidige situatie. Ik vond het echter ook een inspirerend boek. Om een en ander met eigen ogen te zien verbleven we enkele dagen in Cluj en Târgu Mureş (Koloszvár en Marosvásárhely in het Hongaars), de twee steden in Transsylvanië die Jaap Scholten ook veelvuldig aandoet, omdat daar enkele van de oudste nog levende leden van aristocratische families wonen. Wandelend over oude pleinen en straten proef je nog een beetje de veelzijdige, multiculturele sfeer die er honderden jaren gehangen moet hebben. Nog altijd woont hier een grote groep Hongaren en spreken veel mensen zowel Roemeens als Hongaars (hoewel het spreken van de andere taal soms gepaard gaat met enige weerzin). Tevens bezochten we het Bánffy kasteel, dat een aantal keer in het boek ter sprake komt. Ooit een beroemd paleis, inmiddels een tamelijk deprimerende ruïne. Het wordt weliswaar gerestaureerd, maar niemand weet tot wanneer hier nog geld voor beschikbaar is. Zeker op zo’n plek is de weemoed uit het boek goed te begrijpen.

het Bánffy kasteel

Logischerwijs, gezien zijn onderwerp, neemt Scholten eerder een pro-Hongaars dan een pro-Roemeens standpunt in. Uit angst voor eventuele represailles door voormalige Securitate-leden heeft één van Scholtens oudste bronnen hem daarom verboden het boek bij haar leven in het Roemeens te laten vertalen. Zo is het een geschiedenis die nog altijd voortleeft. Ook ik wil me er nog wat meer in verdiepen en heb inmiddels de vorig jaar vertaalde klassieker Geteld, geteld van Miklós Bánffy klaarliggen, met een voorwoord van Jaap Scholten.

de centrale boulevard in Târgu Mureş

3 Februari 2013

Uitgeverij Contact, 2011
Oorspronkelijk verschenen 2010








Comments

velthoek on 2016-08-21 11:38

een zeer nuttige opheldering uit de geschiedenis!,j.hoekstra

Comment
Your name/nickname
Your website url
Email
content_comment_captcha
This is a required field
 

reading now


Categories