Sanneke van Hassel, Annelies Verbeke - Naar de stad

Is het korte verhaal aan een opmars bezig? Ik hoop het. Onlangs werd de Nobelprijs voor de Literatuur uitgereikt aan Alice Munro, een schrijfster wier oeuvre hoofdzakelijk bestaat uit korte verhalen. Denk je aan Alice Munro dan denk je aan het korte verhaal. Door deze prijs denken opeens veel mensen aan Alice Munro en dat is goed.

In Nederland heeft het korte verhaal zich nog nooit enige respectabele positie verworven. Nog altijd is de reactie van het merendeel der lezers er een van misprijzen, wanneer men ze een bundel aanbeveelt. Zodra blijkt dat het hier niet om een roman gaat wendt men het hoofd iets af en trekt een zuinig mondje, waarop je als de wiedeweerga met een superieure roman op de proppen zal moeten komen of de aandacht is voorgoed verloren. Dit heeft te maken met prestige en gewenning. Het korte verhaal heeft in Nederland geen status en men is het genre niet gewend. Boeken moeten het traditioneel hebben van lovende recensies (liefst in de boekenbijlagen van de Volkskrant of NRC Handelsblad) of van mond-op-mond reclame, zij het via familie en vrienden of een enthousiast praatje bij De Wereld Draait Door. Via deze kanalen hoort men weinig over korte verhalen, waardoor te weinig mensen ze lezen en waardoor er ook nooit enige gewenning zal optreden. Kortom, een ondoorbreekbare vicieuze cirkel.

Maar klopt dit traditionele korte-verhaal-doemdenken nog wel? Lovende besprekingen van verhalenbundels komen wel degelijk met regelmaat in de kranten en betrof niet een van de allersuccesvolste DWDD aanbevelingen de verzamelde verhalen van Isaak Babel? Ook worden er regelmatig bijeenkomsten en avonden georganiseerd, geheel gewijd aan het korte verhaal. De spin in het web heet veelal Sanneke van Hassel. Zij organiseerde al enkele succesvolle korte verhaal bijeenkomsten onder de noemer ‘Hotel van Hassel’ en vorig jaar stelde zij samen met de Belgische schrijfster Annelies Verbeke de bloemlezing Naar de stad samen, een dikke bundel hedendaagse stadsverhalen door internationale auteurs. Bekende namen als Haruki Murakami, Jhumpa Lahiri, Tobias Wolff , Roberto Bolaño en Javier Marias (van wie, toegegeven, Murakami de enige echt bekende is), maar ook volstrekt onbekende auteurs als Mehmet Zaman Saçlıoğlu, Gyrðir Elíasson, Nikos Panayotópoulos of Henrietta Rose-Innes, van wie alleen al hun namen mooi klinken. Een goede mix, tussen bekend en onbekend, gevestigde namen en aanstormend talent en ook tussen alle verschillende continenten. De stad is de rode draad. De stad, vaak groot en onmenselijk, veroorzaakt vaak vervreemding of angst, maar biedt ook de mogelijkheid tot onverwacht contact en warmte. Het voordeel van het korte verhaal hierbij is dat je de mogelijkheid hebt vele steden te betreden in korte tijd. Je springt van Berlijn naar Kaapstad en van Tokio naar Mexico-Stad, een wereldreis in een uur of twee.

De enige auteurs waar ik eerder iets van las waren Murakami, Yves Pagès en Chimamanda Ngozi Adichie. En, hoewel ik ruim een jaar over Naar de stad heb gedaan – zo iets moois moet je tenslotte niet overhaasten – voel ik mij toch in korte tijd verrijkt. Zoveel nieuwe namen, zoveel ijsbergen waarvan je weliswaar alleen een topje hebt kunnen zien, maar waarvan je toch een idee van de contouren hebt gekregen. Voor veel van deze auteurs zal het waarschijnlijk bij dit verhaal blijven, maar van sommigen zal ik zeker meer gaan lezen. Alejandro Zambra, Roberto Bolaño, Lydia Davis, Colm Tóibín en Jhumpa Lahiri liep ik al langer mee rond. Murakami is men vaak zó enthousiast over, dat ik altijd bang ben geweest aan zijn werk te beginnen; onterecht, zo bleek. Van Adichie las ik inmiddels de hele bundel, met plezier. De bundels van Wells Tower en Etgar Keret wil ik ook graag lezen. Verder blijven mij bij de verhalen van Mehmet Zaman Saçlıoğlu, Olga Tokarczuk, Arkadi Babtsjenko, Henrietta Rose-Innes, Tobias Wolff, Asef Soltanzadeh en Yiyun Li.

Waren het dan allemaal goede verhalen? Dat niet. Ali Smith kan ik me weinig van herinneren, Gyrðir Elíasson, Nikos Panayotópoulos en Petina Gappah zullen niet blijven hangen en de vehalen van A.L. Kennedy, Carlos Fuentes, A.M. Homes, Anatoli Gavrilov, Kevin Canty en Pip Adam vielen me eigenlijk tegen, zeker gezien ik van een aantal van hen goede dingen had gehoord. Javier Marias, Anne Enright, Judith Hermann, ook allen bekend, maar ik betwijfel of ik nog meer van hen zal lezen. Dit geeft helemaal niet. Integendeel, het is juist prettig. Het mooie aan zo’n bloemlezing is dat je er ideëen uit opdoet, positieve én negatieve. Ik blijf enthousiast over het korte verhaal, als kennismaking maar ook als op zichzelf staande literaire vorm. Die verstoorde doe-mij-astublieft-een-roman blik zal hoogstwaarschijnlijk blijven, maar met zo’n boek als Naar de stad zou iedereen te overtuigen moeten zijn.

13 November 2013

De Geus, 2012




Comments

Comment
Your name/nickname
Your website url
Email
content_comment_captcha
This is a required field
 

reading now


Categories