Interview Stefan Popa

Stefan Popa (1989) is auteur en zelfstandig journalist van half Nederlandse en half Roemeense afkomst. Eerder schreef hij korte verhalen die overal, maar ook nergens werden gepubliceerd. Hij woont en werkt in Baarn. Verdwenen grenzen is zijn debuut. 
(bron www.stefanpopa.nl)

Interview met Jacob de Zoet, mei 2014

Wie ben je?

Wie ben ik? Dat is voor iedereen de grote vraag. Ik heb nog een paar jaar nodig om tot een overtuigend antwoord te komen. Ik ben allang blij dat ik inmiddels weet dat ik ben. Mag ik passen?

Sinds wanneer schrijf je? Was er een moment dat je dacht: nu ben ik een schrijver?

Sinds enkele jaren houd ik mij serieus bezig met het schrijven, aangemoedigd door mijn vriendin en literair agent. Aan Verdwenen grenzen, mijn debuutroman, heb ik drie jaar gewerkt. Denken, schrijven, herschrijven, meer schrijven, meer schrappen, lijmen. Daarvoor schreef ik ook al verhalen. Veelal korte stukken. Fictie, maar ook columns. Op zolder liggen romanpogingen die op niets zijn uitgedraaid. Jammerlijke pogingen en wankele manuscripten die desalniettemin waardevol zijn geweest om mij te vormen als auteur.

Dat ik termen als ‘schrijverschap’ en ‘auteur’ gebruik, is trouwens heel nieuw. Het voelt nog onwennig. Ik durfde mijzelf nooit schrijver te noemen. Daarvoor heb je een boekcontract nodig, dacht ik altijd. Toen mijn uitgeverij mij zo’n contract aanbood, zei ik: ‘Om schrijver te zijn, heb je een boek nodig’. Toen mijn roman was gedrukt en we het boek presenteerden in de boekhandel van Baarn, dacht ik: om auteur te zijn, moet je verkocht en gelezen worden. Allemaal onzin eigenlijk. Een schrijver schrijft, een auteur publiceert en een bestsellerauteur verkoopt. Ik ben een auteur, laat ik het maar eens hardop zeggen.

Schrijf je spontaan, op inspiratie, of hou je een strak ritme aan?

Een goed idee komt bij mij spontaan op. In bed, in de auto, op straat. Ik noteer de ingeving meteen in mijn notitieboekje, anders vergeet ik het. Op een idee broeden helpt bij mij niet. Niet direct in ieder geval. Het helpt natuurlijk wel om je brein aan het werk te zetten binnen een bepaald kader. Een idee is echter slechts het begin van een roman, verhaal of, in mindere mate, column. Daarna is het gewoon werk: ’s ochtends ga je zitten, om half één heb je pauze en eet je een broodje, eind van de middag is de werkdag voorbij en tussen de bedrijven door wens je vaak dat je iets anders zou kunnen doen.
Ik heb in ieder geval ritme nodig. Anders komt er niets van terecht. Niet voor niets leg ik mij een woordengrens op. Elke dag moet ik die grens halen, anders ben ik verdoemd.

Schrijf je alleen in het Nederlands, of ook bijvoorbeeld in het Roemeens of Engels?

Ik vind het al lastig genoeg om een goede roman af te leveren in het Nederlands. Ik bewonder mensen die in meerdere talen schrijven, maar dat is voor mij niet weggelegd, hoewel ik graag polyglot had willen worden.

Zijn er Roemeense auteurs waarvan je vindt dat ze absoluut in het Nederlands vertaald moeten worden, maar dat nu nog niet zijn? En andersom, uit het Nederlands?

Absoluut. Roemenië bruist van de verhalen. De literatuur aldaar is, mede door de vele onderdrukkingen, betrekkelijk jong, maar daardoor hebben de Roemeense letteren wel een indrukwekkende groeispurt meegemaakt. Het land heeft altijd graag naar West-Europa gekeken (lees: Frankrijk) en daarvan geprofiteerd. Meng dat met eeuwenoude volksverhalen en je hebt een onuitputtelijke bron van goede literatuur, vol klein gehouden verhalen gevuld met groot leed. Dat vind ik werkelijk prachtig.

Het verbaast mij dat de Roemenen de weg naar Nederland niet goed kunnen vinden – waaruit eens temeer blijkt dat onze vicepremier en Wilders ongelijk hebben gekregen wat betreft de lawine van Roemenen (en hun zuiderburen) die Nederland zou overspoelen. In onze boekhandels vind je alleen Mircea Cărtărescu (zwaar, maar zwaar indrukwekkend), Catalin Dorian Florescu, Norman Manea (met een beetje geluk in ieder geval) en natuurlijk Nobelprijswinnares Herta Müller (maar dat is vals spelen, want zij schrijft voornamelijk in het Duits). Enfin, Mihai Eminescu wordt beschouwd als de vader van de Roemeense letteren en is een held in heel Roemenië en Moldavië. Toch is er niets van hem te vinden in de Nederlandse boekhandels. Laten we bij hem beginnen.

Hoe is het om als jonge auteur te debuteren in Nederland? Valt er een last van je schouders als je boek eenmaal in de winkels ligt en je het in zekere zin los kunt laten?

Debuteren is lastig. Er komen weliswaar niet zoveel boeken uit als een paar jaar geleden, maar het is nog steeds moeilijk om een plekje in de winkels en om media-aandacht te krijgen. Bij mij is het balletje gaan rollen toen Jeroen Vullings een mooi stuk schreef over mijn roman in Vrij Nederland. Daar heb ik wel geluk mee gehad, als debutant. Niet veel later werd ik behandeld door het boekenpanel in De Wereld Draait Door. In beide gevallen stond mijn wereld even stil, kan ik bekennen. Ik had altijd gedacht dat ik onopgemerkt mijn debuut zou maken.

Wat zijn de belangrijkste boeken in je leven?

De komst van Joachim Stiller is er één. Als kind las ik veel en wilde ik kok óf schrijver worden, maar daarna nam mijn leeslust af. Puberteitpauze, zullen we maar zeggen. Druk met andere dingen. Bier en zo. Dankzij de literatuurlessen op de middelbare school heb ik Hubert Lampo’s klassieker gelezen. Sindsdien ben ik nooit meer gestopt met lezen en wist ik zeker: ooit wil ik zelf ook een roman schrijven. Dus laat niemand beweren dat literatuuronderwijs zinloos is. 

Welke hedendaagse schrijvers heb je hoog zitten?

Umberto Eco is ergens in de tachtig, maar wat mij betreft nog altijd hedendaags genoeg. Briljante man en hoewel zijn boeken mij onzeker maken over mijn eigen schrijverschap, lees ik hem graag. Eigenlijk gaan mijn voorkeuren alle kanten op: ik lees George R.R. Martin (van Game of Thrones) net zo graag als A.F.Th. van der Heijden of Campert of Grunberg of Verhulst. O, en trouw als ik ben: ik sla nooit een Tommy Wieringa over.

Hoe dichtbij komen je eigen boeken voor jou?

Ik ben altijd een beetje bang voor mensen die tegen mij zeggen: ‘Ik herken jou echt in dit personage’ – of erger nog: ‘Dit ben zó jij!’ Misschien juist omdat ze weleens gelijk kunnen hebben. Uiteindelijk heb ik het verhaal en de personages geschapen. Dat ontstaat ergens in mij, ik zet het zo goed als ik kan op papier en geef het door aan de lezer die er zelf eigen beelden bij maakt.

In Verdwenen grenzen zit wel iets meer van mij. Ik ben in Nederland geboren en opgegroeid, maar ik heb ook Roemeense roots. Dankzij mijn roman kon ik ongegeneerd wroeten in de Roemeense geschiedenis. Onbewust had ik dat heel erg nodig.

Voor welk boek - behalve dat van jou uiteraard - moeten we nu allemaal naar de winkel rennen?

De vernuftige edelman Don Quichot van La Mancha. Die roman is door Cervantes in de zeventiende eeuw geschreven. Ik heb nog lang niet alle romans gelezen die sinds het verschijnen van Don Quichot geschreven zijn, maar ik begin zo langzamerhand te vermoeden dat er sindsdien geen enkele roman is gedrukt die zich kan meten met het imposante verhaal en de heerlijke humor van Cervantes’ meesterwerk.

Wat doe je het liefst als je niet schrijft?

Lezen.

Wat brengt de toekomst voor Stefan Popa?

Dat is dus exact zo’n vraag waar ik mij zo zorgen over maak. Ik heb vandaag boek twee naar mijn agent gestuurd. Een dunner verhaal, letterlijk en figuurlijk. Dat was weleens lekker. Nu zit ik weer in de afwachtperiode. Kijken wat iedereen ervan vindt, of er mensen zijn die er wat van wíllen vinden. Ondertussen hoop ik dat ik Verdwenen grenzen nog een beetje onder de aandacht kan brengen. Toen ik eraan begon, had ik nooit gedacht dit ooit te zeggen: ik ben er eigenlijk heel erg trots op. Ik wil dat uitdragen.

Bibliografie:

2014     Verdwenen grenzen (Uitgeverij Link)





Comments

Comment
Your name/nickname
Your website url
Email
content_comment_captcha
This is a required field
 

reading now


Categories