A.L. Snijders - Ruim water

Een tijdlang luisterde ik elke dinsdagochtend om kwart voor negen naar Radio 4. Om die tijd las A.L. Snijders via de telefoon zijn 'ZKV' - Zeer Kort Verhaal - van de week voor, voorafgegaan door een gesprekje met presentatrice Margriet Vroomans. ‘Goedemorgen, meneer Snijders.’ ‘Goedemorgen, Margriet.’ Op de vraag ‘Hoe gaat het met u?’ volgde vaak een langere uitwijding van de schrijver over het weer van die ochtend, de dieren op zijn erf of een opmerkelijk nieuwsfeit wat hiervoor op de radio langs was gekomen. Minuten zijn schaars op de radio en dus moest de presentatrice deze gezellige gesprekjes vaak beleefd afbreken om tot het ZKV over te kunnen gaan. Waarop met sonore, brommerige stem een verhaal werd voorgelezen vanuit een boerderij in de Achterhoek.
Zo’n verhaal, hoewel maar een minuut of vijf lang, gaf mij iets om op te kauwen gedurende de rest van de lange dinsdag. Eén van mijn collega’s was net zo’n trouwe luisteraar als ik, zodat wij onze dinsdagroutine gezamenlijk nog even voort konden zetten bij het koffiezetapparaat. Op een enkele flard na kan ik me van al die ZKV’s niks meer herinneren, behalve de sfeer van rust en regelmaat, de zware stem van Snijders en de lichtere stem van Vroomans en hun wekelijkse chemie samen. Helaas besloot Radio 4 om de programmering overhoop te gooien en de schrijver voortaan op zondagochtend zijn ZKV te laten uitspreken. Dit natuurlijk op een tijdstip dat ongelovigen zoals ik nog niks buiten hun bed te zoeken hebben, dus dit betekende het einde van mijn dinsdagroutine.

Als ik Snijders niet meer kan horen, dacht ik, dan moet ik hem maar lezen en zo kocht ik de eerste bundel waar mijn oog op viel, Ruim water. Dit betreft een verzameling columns die Snijders in 1987 en 1988 schreef voor Het Parool, aangevuld met de brieven die hij tezelfdertijd stuurde naar zijn redacteur bij de krant en enkele andere correspondenten. Ik had niet gedacht dat columns van bijna dertig jaar geleden nog zo goed zouden zijn, maar datering blijkt bij A.L. Snijders eigenlijk niet uit te maken. Ook toen al woonde hij op zijn boerderij in de Achterhoek en het erf en de directe omgeving van het huis komen regelmatig terug in de verhalen. In die tijd werkte Snijders als docent Nederlands op een politieschool, een omgeving waar een taalgevoelig iemand als hij ook de nodige inspiratie uit kan halen. Jeugdherinneringen aan het Amsterdam van de jaren ’40 en ’50 keren regelmatig terug; Amsterdam-Zuid, de Beethovenstraat, ik ben er zelf ook naar school geweest. ‘Ex-schoonzoon’ Flip S., in wie we schrijver Jaap Scholten kunnen herkennen, zorgt voor enkele meer exotische verhalen. Daartussendoor is er altijd de Nederlandse literatuur waar Snijders duidelijk van houdt: Campert, Nescio, Elsschot, poëzie van Martinus Nijhoff, Gerrit Achterberg, Paul van Ostaijen, Rutger Kopland. Internationaal zijn er verwijzingen naar Isaak Babel en Toergenjev, maar verreweg het meest naar J.D. Salinger, een schrijver die Snijders zeer lijkt te bewonderen.
Er staan rijke verhalen in Ruim water, waarin ogenschijnlijk weinig lijkt te gebeuren, maar waar de rijkdom zit in de associaties en de taal. Geen ZKV van A.L. Snijders of ik onderstreep niet minstens twee zinnen die ik weer door zou willen geven.

‘Ik heb bewondering voor mensen die meerdere talen spreken, zelf spreek ik alleen Nederlands, zij het heel behoorlijk.’ (p. 250)

‘Ik heb op ‘Twijg’ meer reacties ontvangen dan gewoonlijk: men vondt het ‘mooi’, ‘gevoelig’, ‘sentimenteel’, mijn ‘mooiste stukje’. Dat spijt me. Zo wil ik niet te boek staan. Ik wil liever onaanraakbaar en absurdistisch zijn. Dadaïsme als enige – persoonlijke – uitleg.’ (p. 106)

9 Februari 2015

Thomas Rap, 2012
288 pagina's





Comments

Comment
Your name/nickname
Your website url
Email
content_comment_captcha
This is a required field
 

reading now


Categories