Kate Atkinson’s latest, A god in ruins, takes off where her last novel, Life after life, ends. It is not really a sequel though, more a companion piece. Where Life after life was about Ursula Todd, A god in ruins centres on her younger brother Teddy. In most versions of Ursula’s story Teddy dies young, serving as a bomber pilot in the Second World War. Atkinson didn’t devote a lot of attention to Teddy in Life after life, but must have felt sorry for throwing away a perfectly interesting character. And so, two years later she returns with a novel that explores Teddy’s life had he lived to survive the war and start his own family.

If the war was the focal point in Life after life – all of Ursula’s life seemed to move towards that climax – in A god in ruins it is the basis upon which the rest of the book is built. Teddy’s experience as a pilot flying on dangerous bombing missions over Germany marks the rest of his life. Everything that comes after must be dull in comparison. Atkinson not only manages to portray the thrill and excitement of flying, but also delivers a powerful punch when she describes the horrific side of the war in the skies. Aircraft exploding in mid-air or falling from the sky like burning comets, friends and comrades suddenly ripped from your team, the guilt of surviving when so few do. Not to mention the slow realisation after the war, when the devastating effects of those air raids start to become apparent to the ones who threw the bombs.

As the rest of Teddy’s life can never live up to the excitement of his war, nor can the rest of the book, unfortunately. His long-awaited daughter Viola becomes an important character. A spectacularly unsuccessful mother and a cranky middle-aged woman later on, Viola is quite interesting to follow. On her own she can’t compensate for Teddy’s dullness as an older man though. Too good to be true, caring for his wife and grandchildren when he has to, bickering with Viola the rest of the time. I didn’t see the point in telling us all this about Teddy.
Atkinson made me laugh quite a few times and I did enjoy reading about Viola as a wicked character, but while reading through most of A god in ruins I was hoping for the spark that I had found throughout Life after life. It may be that the first decades of last century are just more interesting to read about than what came after. But no, rubbish. A god in ruins simply doesn’t reach the same level as Life after life and shall be remembered as an entertaining summer read.  

21 June 2015

Doubleday, 2015
395 pages

Nederlandse editie: Gevallen god, Atlas Contact, 2015. Vertaald door Inge Kok.



Comments

‘Ik verlaat dit vertrapte leven als jongeman: krachtig van lichaam, klaar van geest. Dat is niet wat ik wil, maar mij werd niks gevraagd.’
Zo opent de roman Meester mitraillette van Jan Vantoortelboom. Aan het woord is de jonge schoolmeester David. Hij is als deserteur tot de dood veroordeeld en staat nu oog in oog met het vuurpeloton. Hoe heeft het zo ver kunnen komen?

Jan Vantoortelboom trekt je onherroepelijk het leven van deze David in, onderweg naar het noodlot in een Vlaamse dorpsgemeenschap. Er gaat iets gebeuren in dat dorp, iets naars, dat voel je gelijk. De schrijver bouwt de spanning echter zorgvuldig op. David komt vers van de opleiding als hij zijn eerste aanstelling ontvangt als leerkracht. Een onbekend dorp, ver weg van waar hij is opgegroeid, en een groep twaalfjarige jongens om onder de duim te houden. Alle begin is moeilijk, maar David weet zijn plek te bemachtigen. De jongens respecteren hem als leraar, ook al houdt hij er soms andere gewoontes op na. Eén jongen, Marcus, begint hij zelfs een hechtere band mee op te bouwen. Dingen zijn dan al in gang gezet die niet meer teruggedraaid kunnen worden. Het noodlot vindt zijn weg langs onhandige uitspraken, verkeerde conclusies en gebeurtenissen uit het verleden die blijven dooretteren. En dan is er ook nog de schaduw van de Eerste Wereldoorlog die al over het verhaal hangt, maar waar de personages zelf nog niks van weten. Het is 1913 en de wereld oogt onschuldig. Een jaar later zal het dorp Elverdinge zich op de frontlijn bevinden.

Wat er in de tussentijd met David, Marcus en de andere mensen uit het dorp gebeurt zal iedereen zelf moeten lezen. Ik ken een hoop mensen die Meester mitraillette nog ongelezen in de kast hebben staan, nadat het vorig jaar een onverwachte bestseller werd. Tegen hen kan ik slechts zeggen: lees het!
Ikzelf kocht het boek ook een jaar geleden, tijdens een literaire avond waarbij Jan Vantoortelboom te gast was. Toen ik hem die eerste scène hoorde voorlezen, in van dat heerlijke Vlaams, was ik gelijk verkocht. Gelukkig behield Meester mitraillette ook zonder de stem van de auteur zijn magie. Vantoortelbooms geschreven Vlaams mag er namelijk ook wezen. Ik las dit boek omdat ik wilde weten hoe het verderging met David, maar genoot ondertussen ook, en misschien wel vooral, van de taal. De woorden, de zuiverheid van de klanken, de helderheid ervan, dat is wat me uiteindelijk het meest zal bijblijven.

26 Mei 2015

Atlas Contact, 2014
271 pagina's





Comments

De Britse historicus Antony Beevor is op zijn best als hij over de Tweede Wereldoorlog schrijft. Zijn boeken vallen onder de noemer krijgshistorie. Zo schreef hij boeken over D-Day, de slag om Stalingrad en de val van Berlijn waarin hij de gave toonde een veldslag inzichtelijk te maken, van generaal tot gewone soldaat. Stuk voor stuk spannende boeken én informatief. Beevors nieuwste boek gaat over het Ardennenoffensief en, laat ik het eerlijk toegeven, ik keek er al een tijd naar uit.

In december 1944 besluit Hitler nog één keer een grootschalig offensief te starten aan het Westelijk front. Aan het Oostfront is het rustig. De Russen wachten op harde vorst om hun grootscheepse winteroffensief te kunnen starten. In het westen zijn de geallieerden tot aan de Siegfriedlinie opgetrokken en beraden ze zich over de beste manier om Duitsland in te trekken. De Duitse tegenstand is verzwakt en eigenlijk houdt niemand een grote Duitse tegenaanval voor mogelijk. De Amerikaanse verdediging van het Ardennengebied is daarom zwak en ontoereikend. Als het Duitse leger op 16 december 1944 haar offensief exact dáár plaatst heerst er al gauw paniek bij de verdedigers. De Duitsers slagen er in korte tijd in een hap uit het geallieerde gebied terug te veroveren. Er ontstaat een bulge in de geallieerde linie waardoor de Amerikanen spreken van de Battle of the Bulge.
Die winter is het exreem koud in West-Europa. Dagenlange sneeuwval, mist en temperaturen van 20 graden onder nul maken de omstandigheden voor beide partijen gruwelijk zwaar. De parachutisten van de Amerikaanse 101ste Luchtlandingsdivisie, nog niet bekomen van de tamelijk desastreus verlopen Operatie Market Garden in Nederland, worden in allerijl naar het bedreigde Bastogne gestuurd, zonder winteruitrusting of gepantserde versterking. De meedogenloze strijd om Bastogne kende ik van de HBO-serie Band of Brothers. Nu begrijp ik echter pas wat zich toen afspeelde in het hele gebied. Voor het overzicht – welke legeronderdelen staan tegenover elkaar, wie valt wie aan, waarlangs en met welk resultaat? – heb je een boek als dat van Beevor nodig.

Aan de hand van kaarten en gesprekken tussen de bevelhebbers maakt Beevor de strategie achter de strijd duidelijk, terwijl foto’s en ooggetuigenverslagen de ontberingen van de mannen in de schuttersputjes illustreren. Zoals deze Amerikaanse officier noteerde, na een zwaar artilleriebombardement: 'In de boomstammen boven onze schuttersputjes werden enorme japen geslagen, en overal om ons heen konden we het knakken van boomtoppen en zelfs takken horen terwijl de genadeloze stalen hagel door het bos joeg en sloeg. Steeds weer hoorden we de bange kreet van iemand die was geraakt, en toch konden we alleen maar in elkaar duiken in onze schuttersputjes, met de rug tegen de voorste muren, en hopen dat we geen voltreffer zouden krijgen. Het leek alsof onze zenuwen aan de wortels werden uitgerukt terwijl het gillende staal rond ons neerplofte' (p. 224).
Ook enkele bekende schrijvers vochten mee tijdens het Ardennenoffensief. Kurt Vonnegut werd aan het begin van de gevechten krijgsgevangen genomen en belandde uiteindelijk na veel omzwervingen in Dresden tijdens de vreselijke Amerikaanse bombardementen. Zijn ervaringen verwerkte hij in Slaughterhouse 5. J.D. Salinger liep gedurende deze periode van de oorlog de trauma's op die we in enkele van zijn Nine stories kunnen teruglezen, terwijl oorlogsjournalist Ernest Hemingway de gruwelen van de strijd probeerde te beschrijven voor het thuisfront, maar zich voornamelijk liet vollopen op veilige afstand achter de linies.

Hoewel de afloop van de strijd bekend is, weet Beevor de spanning er continu in te houden. De hoeveelheid details en informatie is indrukwekkend, maar zorgt er ook voor dat je je geheel in het onderwerp kan onderdompelen. Het lezen van Het Ardennenoffensief is daardoor als het lezen van een eersteklas thriller. Ik zal nu weer moeten wachten tot Antony Beevor een volgend boek af heeft.

11 Mei 2015

Ambo|Anthos, 2015
Oorspronkelijke titel Ardennes 1944. Hitler's Last Gamble, 2015
Vertaald uit het Engels door Bep Fontijn, Willem van Paassen en Pieter de Smit
416 pagina's








Comments

My reading has been somewhat scattered lately, but now I’m thrilled to have successfully steered my way towards the end of a book. Its name is Dept. of speculation by American writer Jenny Offill and it’s been keeping me company these past weeks, or I it. On at least three occasions I said to myself Why don’t you just sit down, concentrate for two or three hours and breeze through this flimsy paperback? Because Dept. of speculation is not that kind of book, that’s why. It’s meant to be digested slowly. Read too quickly and you’d skip over some of the depths this book has to offer. Fortunately, slowness has been my portion lately and Jenny and I have become good friends.

A slice of life, Dept. of speculation, but a wholesome one. A young woman – vague artistic ambitions, New York, teaching job – finds herself married and the mother of a girl. Husband is a decent bloke, the girl a source of joy, or so the woman would like to believe. In fact, motherhood is smothering her and the initial joys of marriage are hard to remember. Is there place for artistic ambitions when sleepless nights have numbed you? And what good is there in marriage when most of your conversations are whispered arguments?
You’d think Dept. of speculation is a bleak book from this description, but I found something to laugh about on almost every page. Jenny Offill has such a remarkably matter-of-fact way of turning a phrase that you might be allowed to think the whole book is just a wonderfully structured collection of aphorisms. And it’s true, open the book on a random page and you’ll see a sentence you’ll want to underline or quote to an innocent colleague. On the other hand, Offill does manage to create a strong sense of narrative flow. Because of the book’s structure into short chapters and short paragraphs you can exit this narrative at any point and easily rejoin the flow when you feel like it.

Would we call this book literary? Yes, definitely. Would we call this book difficult, then? No, not difficult. In fact, Dept. of speculation tells quite a universal story which we can easily relate to. That is the strength of this book. Jenny Offill has found a highly original way of telling a story we think we know already.

Thank you Mrs K. for lending me your copy of Dept. of speculation and eventually persuading me to read it. I shall now go out and buy my own, because re-reading might be in order.

16 April 2015

Granta Books, 2015

Nederlandse editie: Verbroken beloftes, De Geus, 2015. Vertaald door Roos van de Wardt.





Comments

Een tijdlang luisterde ik elke dinsdagochtend om kwart voor negen naar Radio 4. Om die tijd las A.L. Snijders via de telefoon zijn 'ZKV' - Zeer Kort Verhaal - van de week voor, voorafgegaan door een gesprekje met presentatrice Margriet Vroomans. ‘Goedemorgen, meneer Snijders.’ ‘Goedemorgen, Margriet.’ Op de vraag ‘Hoe gaat het met u?’ volgde vaak een langere uitwijding van de schrijver over het weer van die ochtend, de dieren op zijn erf of een opmerkelijk nieuwsfeit wat hiervoor op de radio langs was gekomen. Minuten zijn schaars op de radio en dus moest de presentatrice deze gezellige gesprekjes vaak beleefd afbreken om tot het ZKV over te kunnen gaan. Waarop met sonore, brommerige stem een verhaal werd voorgelezen vanuit een boerderij in de Achterhoek.
Zo’n verhaal, hoewel maar een minuut of vijf lang, gaf mij iets om op te kauwen gedurende de rest van de lange dinsdag. Eén van mijn collega’s was net zo’n trouwe luisteraar als ik, zodat wij onze dinsdagroutine gezamenlijk nog even voort konden zetten bij het koffiezetapparaat. Op een enkele flard na kan ik me van al die ZKV’s niks meer herinneren, behalve de sfeer van rust en regelmaat, de zware stem van Snijders en de lichtere stem van Vroomans en hun wekelijkse chemie samen. Helaas besloot Radio 4 om de programmering overhoop te gooien en de schrijver voortaan op zondagochtend zijn ZKV te laten uitspreken. Dit natuurlijk op een tijdstip dat ongelovigen zoals ik nog niks buiten hun bed te zoeken hebben, dus dit betekende het einde van mijn dinsdagroutine.

Als ik Snijders niet meer kan horen, dacht ik, dan moet ik hem maar lezen en zo kocht ik de eerste bundel waar mijn oog op viel, Ruim water. Dit betreft een verzameling columns die Snijders in 1987 en 1988 schreef voor Het Parool, aangevuld met de brieven die hij tezelfdertijd stuurde naar zijn redacteur bij de krant en enkele andere correspondenten. Ik had niet gedacht dat columns van bijna dertig jaar geleden nog zo goed zouden zijn, maar datering blijkt bij A.L. Snijders eigenlijk niet uit te maken. Ook toen al woonde hij op zijn boerderij in de Achterhoek en het erf en de directe omgeving van het huis komen regelmatig terug in de verhalen. In die tijd werkte Snijders als docent Nederlands op een politieschool, een omgeving waar een taalgevoelig iemand als hij ook de nodige inspiratie uit kan halen. Jeugdherinneringen aan het Amsterdam van de jaren ’40 en ’50 keren regelmatig terug; Amsterdam-Zuid, de Beethovenstraat, ik ben er zelf ook naar school geweest. ‘Ex-schoonzoon’ Flip S., in wie we schrijver Jaap Scholten kunnen herkennen, zorgt voor enkele meer exotische verhalen. Daartussendoor is er altijd de Nederlandse literatuur waar Snijders duidelijk van houdt: Campert, Nescio, Elsschot, poëzie van Martinus Nijhoff, Gerrit Achterberg, Paul van Ostaijen, Rutger Kopland. Internationaal zijn er verwijzingen naar Isaak Babel en Toergenjev, maar verreweg het meest naar J.D. Salinger, een schrijver die Snijders zeer lijkt te bewonderen.
Er staan rijke verhalen in Ruim water, waarin ogenschijnlijk weinig lijkt te gebeuren, maar waar de rijkdom zit in de associaties en de taal. Geen ZKV van A.L. Snijders of ik onderstreep niet minstens twee zinnen die ik weer door zou willen geven.

‘Ik heb bewondering voor mensen die meerdere talen spreken, zelf spreek ik alleen Nederlands, zij het heel behoorlijk.’ (p. 250)

‘Ik heb op ‘Twijg’ meer reacties ontvangen dan gewoonlijk: men vondt het ‘mooi’, ‘gevoelig’, ‘sentimenteel’, mijn ‘mooiste stukje’. Dat spijt me. Zo wil ik niet te boek staan. Ik wil liever onaanraakbaar en absurdistisch zijn. Dadaïsme als enige – persoonlijke – uitleg.’ (p. 106)

9 Februari 2015

Thomas Rap, 2012
288 pagina's





Comments

Astounding, what David Mitchell can put into one book. His new book, The bone clocks, contains six separate stories that only obliquely connect with each other. What connects them is the character Holly Sykes. She plays a part in all the stories, sometimes as the main character and sometimes in a side role. Holly is the key to getting through the labyrinth that is The bone clocks.
I write labyrinth, because underlying the bigger story is a fantasy subplot that stays well-buried for a long time. To go into detail on this would be spoiling the fun of reading, but the main idea is there’s a long-lasting struggle between good and evil, outside the view of ordinary people. It has to do with souls and time, death and reincarnation; quite interesting stuff really. Reading these scenes I even had an occasional Harry Potter association, something I hadn’t expected in a David Mitchell novel, but as a Potter-fan could appreciate.
These imaginative parts are juxtaposed with moments of highly descriptive realism. An undercover journalist during the 2004 Iraq invasion becomes the exciting point of view for a while. On the heels of this journalist a middle-aged writer suddenly takes centre-stage and we follow his failing struggle to write a book as brilliant as his debut. The confusion after a Baghdad suicide attack, or the powerplay behind the scenes of a literary festival, Mitchell masterfully describes it all.
His style of writing is why I read literature. He has such a grasp of language that he always uses the word you don’t expect. Cliché phrases he throws around to make them fresh again, for example changing the expression 'the shit hits the fan' into 'Shit, meet Fan. Fan, this is Shit' (p. 48). I constantly had a pencil ready to write down another unexpected reference or underline a funny sentence.
Stylistically, reading Mitchell is as always pure enjoyment. Structurally, this book was a bit of a struggle I must admit. I enjoyed the many stories in The bone clocks (Mitchell is great in telling a story within a story), I liked following Holly Sykes throughout the book and I was intrigued by the fantasy parts in between. Yet, as a whole I don’t know what to make of it, it doesn’t really glue together.
It is not Cloud atlas or The thousand autumns of Jacob de Zoet then, but it is the new David Mitchell. And reading a David Mitchell book is always a feast, whether we completely follow him or not.

2 February 2015

Sceptre, 2014
595 pages




Comments

Of all the history books published around the centennial of the First World War The Sleepwalkers may well be the most sold. Many other First World War books take – logically enough - the actual war as their topic: the years 1914-1918, who fought who, how and where, who lost, who won. On the other hand, there is a big interest in the years immediately preceding 1914. Often, those years are seen as innocent and blissful, the calm before the storm. European culture was on a high wave, the arts and sciences flourished, nobody saw the catastrophe that was coming.
Christopher Clark, however, isn’t interested in the war years or the period leading up to the war, as such; his main topic is the five weeks between the assassination of Franz Ferdinand and his wife in Sarajevo and the declaration of war between the two great alliance blocks in Europe.

Clark focuses on the main decision-makers in the various countries involved: France, Russia, England, Serbia, Austria-Hungary and Germany. Who were they and what led them down the path to war? International relations could be trumped by the personal grudges and fears of an important individual who happened to be pulling the strings at the time. The Austrian military commander who was desperate not to seem unmanly in the eyes of the woman he was courting, the powerful English Foreign Secretary with a lifelong case of germanophobia or the French President’s obsession to appear decisive in front of France’s big ally Russia; their character traits played an important role in the decision-making process.

The dark horse in this tale is Serbia. Clark devotes a lot of attention to the Balkan peninsula – the boiling underbelly of Europe – and especially to the country whose illicit terrorist cells led the young Gavrilo Princip to assassinate Austria-Hungary’s emperor-to-be. With the regicide of the Serbian king, the formation of the underground society called the Black Hand and the mysterious figure Apis at the centre of it all, this part was the most exciting in the book.
The middle, with its long exposé of Europe’s political situation on the eve of war, had its ups and downs. However interesting the material may be, some of these chapters took me long to digest. I put the book aside for a few months – something you of course should never do with a tough book such as this – but couldn’t abandon it altogether. People talk so much about this book, even get into heated arguments about it, it deserves to be read. Luckily, once Franz Ferdinand is actually shot the inevitable chain of events that follows – which wasn’t inevitable at the time! – creates such a momentum you can only read on, even though you know exactly what’s coming or, perhaps, because you know.

25 January 2015

Penguin Books, 2013
Originally published in 2012
697 pages





Comments
 

reading now


Categories